Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster en Achmea Schadeverzekeringen N.V.
Rechtbank Overijssel (Locatie Enschede), 17 juni 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:3509
Deelgeschil arbeidsongeval. Werkgeefster niet aansprakelijk voor schade van werkneemster na trapongeval, omdat zij gelet op de arbeidsomstandighedenregelgeving en de omstandigheden van het geval aan haar zorgplicht heeft voldaan.

Feiten

Op 3 oktober 2023 is werkneemster tijdens de uitoefening van haar werkzaamheden van een huishoudtrap gevallen. Daarbij heeft zij haar linkerarm op drie plaatsen gebroken. Partijen verschillen van mening over de aansprakelijkheid van werkgeefster ex artikel 7:658 BW. De toedracht van het ongeval is niet in geschil. De vraag is of werkgeefster maatregelen had moeten treffen of aanwijzingen had moeten geven om een ongeval als dit te voorkomen. Werkneemster verzoekt de kantonrechter bij wijze van deelgeschil, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat werkgeefster aansprakelijk is voor de door haar geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade en haar kosten te begroten met een hoofdelijke veroordeling van werkgeefster en haar schadeverzekeraar Achmea in deze kosten. Achmea is door werkneemster op grond van artikel 7:954 BW in de procedure betrokken. Werkgeefster betwist aansprakelijk te zijn.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter ziet allereerst af van de ambtshalve verwijzing naar de rechtbank, kamer voor handelszaken, om te voorkomen dat de verzoeken van werkneemster jegens werkgeefster en Achmea bij verschillende rechters komen. Ten aanzien van de inhoudelijke beoordeling benadrukt de kantonrechter dat aan de zorgplicht ex artikel 7:658 BW schuldaansprakelijkheid ten grondslag ligt, geen risicoaansprakelijkheid. Werkgeefster heeft aan de arbeidsomstandighedenregelgeving voldaan en gelet op de omstandigheden van het geval had zij ook geen aanvullende maatregelen, zoals het plaatsen van een hoogwerker, hoeven treffen. Daarbij is in aanmerking genomen dat werkneemster de trap slechts kort hoefde te gebruiken en dat het plateau van de ladder zich op 1,84 meter boven het podium en 2,14 meter boven de grond bevond. Het afdalen van een huishoudtrap is een alledaagse handeling die naar mag worden aangenomen ook vele malen in de huiselijke sfeer plaatsvindt. Ook voor niet gewaarschuwde mensen is het duidelijk dat je van een trap kan vallen. Een instructie van werkgeefster hoe een trap af te dalen is dan ook redelijkerwijs niet noodzakelijk. Hoewel het verzoek wordt afgewezen, dient de kantonrechter de kosten van de deelgeschilprocedure te begroten. Een deugdelijke kostenspecificatie ontbreekt waardoor het uurtarief voor rechtsbijstand wordt gematigd van € 265 naar € 225. De kantonrechter wijst de verzochte verklaring voor recht af en begroot de kosten van het deelgeschil.