Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 2 juni 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:1505
Ontbinding op de g-grond. Arbeidsomvang van rechtswege aangepast door te late beslissing op een Wfw-verzoek.

Feiten

Werknemer is sinds 1 oktober 1989 in dienst bij KLM. In 2018 verzocht hij op grond van de Wet flexibel werken (Wfw) zijn arbeidsomvang te verhogen van 90% naar 100%. KLM wees dit verzoek pas maanden later af. In 2019 werd werknemer boventallig verklaard en later geplaatst in een mobiliteitstraject. Nadat een eerder ontbindingsverzoek van KLM in 2024 was afgewezen, werd werknemer in 2024 op een project geplaatst. In 2025 verzocht werknemer zelf om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen van KLM, met toekenning van een transitievergoeding, billijke vergoeding en achterstallig loon. KLM verzocht voorwaardelijk ontbinding wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst op de g-grond, kende een transitievergoeding toe, maar wees de billijke vergoeding en de loonvordering af. Werknemer stelde hoger beroep in.

Oordeel

Het hof oordeelt dat de arbeidsovereenkomst terecht is ontbonden wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). Uit de langdurige geschiedenis tussen partijen en de wederzijdse verwijten blijkt dat het vertrouwen definitief was verdwenen. Herplaatsing lag, mede gelet op de duur van de verstoring en de naderende pensioendatum van werknemer, niet meer in de rede. Ook het beroep op de zogenoemde Asscher-escape slaagt niet, omdat de verstoring niet is veroorzaakt door het eerdere, afgewezen ontbindingsverzoek van KLM. Evenmin is sprake van ernstig verwijtbaar handelen van KLM, zodat werknemer geen recht heeft op een billijke vergoeding.

Ten aanzien van de loonvordering oordeelt het hof anders dan de kantonrechter. KLM heeft niet tijdig beslist op het verzoek van werknemer om zijn arbeidsomvang van 90% naar 100% uit te breiden. Op grond van artikel 2 lid 12 Wet flexibel werken werd de arbeidsomvang daarom van rechtswege aangepast overeenkomstig het verzoek. De loonvordering wordt echter slechts gedeeltelijk toegewezen, namelijk over de periode van 1 december 2019 tot 1 april 2021, omdat een deel van de vordering was verjaard en werknemer vanaf 1 april 2021 met een arbeidsomvang van 90% had ingestemd.