Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 15 juni 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:3920
Feiten
Werknemer is in 2022 bij werkgeefster in dienst getreden als vrachtwagenchauffeur. Vanaf 2023 is tussen partijen onvrede ontstaan. Werknemer had kritiek op onder meer de planning, de hoeveelheid overwerk en de betaling voor het overwerk. Werkgeefster had kritiek op de communicatie van werknemer, waarvan enkele voorbeelden zijn gegeven in het ontbindingsverzoek met bijgevoegde stukken waar dat uit blijkt, en ook zijn betrokkenheid bij incidenten op de weg. Bij de stukken zit een filmpje waarop is te zien dat werknemer met zijn vrachtauto over de vluchtstrook rijdt en vervolgens scherp invoegt naar links, de rijbaan op, waarbij hij een andere, daar rijdende vrachtauto afsnijdt en vervolgens scherp moet afremmen in verband met daarvoor langzaam rijdende of stilstaande auto’s. Werkgeefster heeft hem daarop aangesproken en een aantal officiële waarschuwingen gegeven. Ook is een verbetertraject gestart. Volgens werknemer is sprake van pestgedrag. Eind 2024 is mediation ingezet. Dat heeft niets opgeleverd. Vanaf 18 februari 2025 is werknemer vrijgesteld van werk. De kantonrechter heeft op verzoek van werkgeefster de arbeidsovereenkomst met werknemer ontbonden wegens verstoorde verhoudingen. Werkgeefster is veroordeeld tot betaling van onder meer een billijke vergoeding (€ 35.000 bruto) omdat zij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Daarnaast heeft de kantonrechter bedragen toegewezen voor een aantal nevenverzoeken van werknemer en enkele van zijn aanspraken afgewezen. Werknemer vindt dat hij recht heeft op méér en op hogere bedragen dan zijn toegewezen.
Oordeel
Billijke vergoeding en transitievergoeding
Werknemer maakt in hoger beroep aanspraak op ruim € 174.000 bruto als billijke vergoeding. Verder moet bij de omvang van zijn salaris rekening worden gehouden met de structurele overuren die vergoed moeten worden tegen 130%, de structurele bonus van € 40 per vier weken en 8% vakantiegeld daarover. Daarom klopt de hoogte van de transitievergoeding niet. Voor een hogere billijke vergoeding ziet het hof geen aanleiding. Het hof gaat ervan uit dat de toegekende billijke vergoeding ook strekt tot compensatie van eventueel lager loon bij een nieuwe werkgever. Gebleken is dat er voldoende vraag is naar vrachtwagenchauffeurs, maar dat de geboden lonen iets lager liggen dan werknemer bij werkgeefster verdiende voor vervoer van gevaarlijke stoffen. Het hof berekent de transitievergoeding opnieuw en komt tot een iets hoger bedrag.
Ten onrechte afgeboekte verlofuren, extra vergoeding cursussen en overuren
Werknemer stelt dat de berekening van het aantal structurele overuren ten onrechte mede is gebaseerd op 80 verlofdagen in plaats van 92,75. Werkgeefster wijst er terecht op dat de kantonrechter geen uitkering of in redelijkheid te verwerven loon in mindering heeft gebracht. Het hof oordeelt dat werkgeefster ten onrechte vier verlofuren heeft afgeboekt voor een cursus en of examen en dat zeven eerder aangevraagde vakantiedagen alsnog moeten worden uitbetaald, omdat werknemer door de vrijstelling van werkzaamheden daarvan geen gebruik heeft kunnen maken. Op grond van de toepasselijke cao heeft werknemer geen recht op een extra vergoeding voor reistijd naar cursus, pauzetijd tijdens cursus en een zaterdagtoeslag. Het hof volgt de stelling van werknemer dat structurele overuren volgens de cao tegen 130% van het uurloon moeten worden vergoed. Het hof kan nog niet vaststellen of werkgeefster dit correct heeft uitbetaald en laat dit nader onderzoeken.
Nog geen einduitspraak
Het hof is van oordeel dat de loon- en overurenberekening van werkgeefster onvoldoende inzichtelijk is. Een onafhankelijke salarisdeskundige dient dit nader te onderzoeken. Verdere beslissing wordt aangehouden.
