Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Capgemini Nederland B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 9 juni 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:3728
Uitsluitend schade wegens gemiste toeslag als gevolg van overheveling € 3,2 miljoen naar gesepareerd beleggingsdepot toegekend aan werknemer. Er komt geen andere schade voor vergoeding in aanmerking.

Feiten

De zaak betreft een schadestaatprocedure. Werknemer is van 1985 tot 2010 werkzaam geweest voor Capgemini Nederland B.V. (hierna: Capgemini). Aan werknemer was een pensioentoezegging gedaan. Het hof heeft eerder geoordeeld dat Capgemini aansprakelijk is voor de schade die werknemer lijdt door het wegvallen van een in het pensioenreglement neergelegde voorwaardelijke toeslagregeling en de schade die werknemer lijdt doordat een bedrag van € 3,2 miljoen uit het egalisatiedepot is overgeheveld naar een kostendepot. Hoewel het hof heeft geoordeeld dat geen recht tot inkoop van pensioen binnen een gesepareerd beleggingsdepot (hierna: GBD) bestond, was er wel sprake van aan aantasting van de voorwaardelijke toeslagregeling. Het hof heeft geoordeeld dat om te kunnen bepalen of er sprake is van schade, de situatie met en de situatie zonder overheveling met elkaar vergeleken moeten worden. De kantonrechter heeft Capgemini veroordeeld om ca. € 2,3 miljoen aan NN af te storten en een bedrag van ca. € 8,793 aan expertisekosten te voldoen. De incidentele vordering van werknemer is afgewezen. In hoger beroep vordert werknemer toewijzing van zijn incidentele vordering en een bedrag van € 112.004.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. Het door werknemer ingebrachte rapport van Triple A Risk Finance kan niet als uitgangspunt dienen, omdat ook de schade die werknemer lijdt als gevolg van het vervallen van de mogelijkheid om pensioen aan te kunnen kopen tegen een rekenrente van 4% is meegenomen. Capgemini heeft toegelicht dat als het bedrag van € 3,2 miljoen niet zou zijn overgeheveld, het zou zijn aangewend voor indexatie in 2014. Er zouden dan in de daaropvolgende jaren geen toeslagen/indexaties meer verleend zijn, omdat er geen overrente meer is gerealiseerd. Werknemer heeft niet gemotiveerd betwist dat het GBD in 2023 zou zijn beëindigd, ook als het bedrag van € 3,2 miljoen niet zou zijn overgeheveld. Op grond van de uitvoeringsovereenkomst was NN bevoegd om de voorwaardelijke indexatieregeling te beëindigen, zo volgt uit de eerdere uitspraak van het hof. Eventuele schade die daaruit voortvloeit, moet voor rekening van werknemer blijven. Het hof gaat daarom slechts uit van de schade die bestaat uit door werknemer gemiste toeslag omdat de € 3,2 miljoen is overgeheveld naar het kostendepot. Uitgaande van een percentage van 2,41%, heeft werknemer een toeslagmogelijkheid van 1,95% gemist. De gemiste toeslag wordt vermenigvuldigd met het gegarandeerde/verzekerde eindkapitaal, wat leidt tot een schade van circa € 2.300. Omdat het hof de schade aan de hand van de ingebrachte rapporten zelf heeft kunnen vaststellen, wordt het verzoek tot benoeming van een deskundige afgewezen. De incidentele vordering van werknemer om een brief te ontvangen die NN hem in 2015 zou hebben gestuurd, wordt afgewezen, omdat niet voldoende is onderbouwd dat die brief tot een andere uitkomst zou leiden. Werknemer wordt in de proceskosten veroordeeld.