Naar boven ↑

Rechtspraak

Ketjen Netherlands B.V./werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 6 mei 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:5659
Ontbindingsverzoek op de e-grond vanwege schenden re-integratieverplichtingen werknemer toegewezen.

Feiten

Werknemer is per 14 februari 2022 in dienst getreden bij Ketjen Netherlands B.V. (hierna: Ketjen). Werknemer heeft zich in november 2023 ziek gemeld. Werknemer heeft zijn werktelefoon een keer gebruikt om een privégesprek met een derde over zijn dochter op te nemen, en stelt dat zijn telefoon na zijn ziekmelding door zijn leidinggevende is misbruikt. Werknemer heeft Ketjen verzocht een overzicht te verstrekken van de over hem bekende persoonsgegevens. Tussen partijen is gepoogd een mediation te doorlopen, maar die is uiteindelijk niet van de grond gekomen. Werknemer heeft een officiële waarschuwing ontvangen vanwege het niet meewerken aan zijn re-integratieverplichtingen. Ook is een loonstop ingezet. In de daaropvolgende periode hebben partijen getwist over de re-integratie en over mediation. In een deskundigenoordeel van mei 2025 heeft UWV geoordeeld dat werknemer onvoldoende meewerkt aan zijn re-integratie. Ketjen verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op, onder meer, de e-grond.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat werknemer onvoldoende heeft meegewerkt aan zijn re-integratie. Uit het dossier volgt een patroon van het op het laatste moment afzeggen van afspraken en daarmee het traineren van de re-integratie. Werknemer was het niet eens met de afhandeling van zijn klacht over het gebruik van zijn werktelefoon door een leidinggevende en zijn verzoek tot inzage in zijn personeelsdossier, maar dit vormt geen geldige reden om niet in mediation te gaan. Geoordeeld wordt dat werknemer wel verwijtbaar, maar niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Weliswaar is hij op enig moment werkzaamheden gaan verrichten voor zijn eigen onderneming, maar dat hij zich hier veertig uur per week mee bezighield heeft hij gemotiveerd betwist, zodat het in deze procedure niet is komen vast te staan. Gelet op de loonstop die toen al was opgelegd en het feit dat noch gesteld noch gebleken is dat dit de re-integratie van werknemer heeft belemmerd, heeft Ketjen hiervan geen grote (financiële) hinder ondervonden. Dat werknemer heeft geschreven dat hij Ketjen en een aantal van haar medewerkers aansprakelijk houdt, verdient zeker niet de schoonheidsprijs, maar dit was ook niet dusdanig intimiderend dat kan worden geconcludeerd dat werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Werknemer wordt in de proceskosten veroordeeld.