Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 10 maart 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:4052
Feiten
Werknemer is per 14 oktober 2019 in dienst getreden bij werkgeefster. De kerntaak van werknemer is het werven van nieuwe klanten. Werknemer mag tot een bedrag van € 1.000 aan uitgaven voor bijvoorbeeld reizen doen zonder voorafgaande goedkeuring. Ook beschikt werknemer over een creditcard met een zonder voorafgaande goedkeuring te besteden limiet van € 2.000. Werknemer ging regelmatig naar beurzen en congressen. Nadat bekend was dat werknemer naar de Bahama’s zou gaan, heeft een gesprek met werknemer plaatsgevonden waarbij een beëindigingsovereenkomst is aangeboden. Kort daarvoor is werknemer geschorst. Er zou onder meer sprake zijn van een onherstelbare vertrouwensbreuk. Werkgeefster verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De d-grond is in het petitum genoemd, maar is niet verder onderbouwd. De d-grond kan dan ook niet leiden tot een redelijke grond voor ontbinding. Ten aanzien van de zichtbaarheid van werknemer op kantoor geldt dat het op de weg van werkgeefster had gelegen om hier meer aandacht aan te geven. Nu niet is gebleken dat dit is gedaan, kan dit onderwerp geen bijdrage leveren aan een redelijke grond voor ontslag. De werkelijke aanleiding voor het ontbindingsverzoek ligt in het plan van werknemer om naar de Bahama’s af te reizen en het evenement Vartech 2025 te bezoeken. Het is echter onvoldoende duidelijk waarom dit geplande bezoek tot het einde van de arbeidsovereenkomst diende te leiden. Werknemer heeft netwerkafspraken gemaakt en heeft het bezoek niet verborgen gehouden. De toelichting van werkgeefster dat het financieel slecht ging en dat het alle hens aan dek was, rechtvaardigt niet dat werkgeefster op een beëindiging van het dienstverband heeft aangestuurd. Werkgeefster had moeten volstaan met de mededeling dat werknemer niet naar Vartech 2025 mocht gaan. Werknemer heeft een privéfactuur gestuurd voor een lezing die hij onder werktijd op een zakenreis heeft gehouden. Dit is niet voldoende voor een voldragen e-grond. Werknemer had een grote mate van vrijheid. Het vertrouwen van werkgeefster in werknemer is direct opgezegd en er heeft geen dialoog plaatsgevonden. Werkgeefster wordt in de proceskosten veroordeeld.
