Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 8 juni 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:5772
Feiten
Werknemer is sinds 1 juli 2012 in dienst bij de Gemeente Amsterdam (hierna: de gemeente) en is laatstelijk werkzaam als Medewerker Handhaving F (aanvoerder) binnen de directie Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (THOR). Daarnaast is werknemer actief binnen de medezeggenschap en sinds oktober 2024 opnieuw gekozen als lid van de ondernemingsraad (OR). Werknemer is in 2014 aangesproken op amicaal gedrag richting twee vrouwelijke collega's via social media. Nadat hij excuses had aangeboden, heeft de gemeente afgezien van een formele sanctie. In 2017 is werknemer opnieuw aangesproken op berichten aan een 17/18-jarige stagiaire. Daarbij is hem meegedeeld dat zijn gedrag onacceptabel was en is een ernstige waarschuwing gegeven. In 2018 ontving werknemer een schriftelijke berisping wegens oneigenlijk gebruik van een dienstvoertuig. In 2025 ontstonden spanningen tussen werknemer en zijn leidinggevende. Werknemer had samen met twee andere aanvoerders diverse integriteitskwesties binnen het team aan de orde gesteld. In dezelfde periode werd werknemer aangesproken op zijn functioneren en ontving hij in juli 2025 een formele waarschuwing, waarna een verbetertraject werd gestart. Op 21 oktober 2025 werd werknemer geschorst wegens een vermoeden van integriteitsschendingen naar aanleiding van meldingen over grensoverschrijdend gedrag jegens vrouwelijke collega's. Daarbij werd hem een algeheel contact- en locatieverbod opgelegd. Ondanks bezwaren van werknemer, waaronder zijn beroep op zijn positie als OR-lid, handhaafde de gemeente deze maatregelen. Werknemer had vervolgens onder meer contact in het kader van zijn OR-werkzaamheden, volgde zijn HAMIL-opleiding en voerde een sollicitatiegesprek binnen de gemeente. Daarnaast had hij privé telefonisch contact met een collega. De gemeente stelde dat werknemer daarmee het contactverbod had overtreden en ontsloeg hem op 13 december 2025 op staande voet. Werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet en doorbetaling van loon. Voorwaardelijk verzoekt de gemeente ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen, een verstoorde arbeidsverhouding dan wel de combinatiegrond.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Ontslag op staande voet
De kantonrechter oordeelt dat de schorsing met het algehele contact- en locatieverbod buitenproportioneel en daarmee onterecht was. De gemeente heeft onvoldoende onderbouwd waarom deze vergaande maatregelen noodzakelijk waren, terwijl de meldingen al maanden bekend waren en het integriteitsonderzoek grotendeels was afgerond. Bovendien heeft de gemeente werknemer onvoldoende geïnformeerd over de concrete beschuldigingen. Voor zover het contactverbod zag op de OR-werkzaamheden van werknemer, was dit bovendien in strijd met artikel 13 WOR, omdat daarvoor toestemming van de kantonrechter vereist is. Nu het contactverbod onterecht was opgelegd, kunnen de gestelde overtredingen daarvan geen dringende reden voor ontslag op staande voet opleveren. Het ontslag op staande voet wordt daarom vernietigd.
Ontbindingsverzoek
De kantonrechter wijst ook het voorwaardelijke ontbindingsverzoek af. Hoewel uit het integriteitsrapport blijkt dat meerdere collega's gedragingen van werknemer als grensoverschrijdend hebben ervaren, is onvoldoende komen vast te staan dat sprake is van zodanig verwijtbaar handelen dat voortzetting van het dienstverband niet van de gemeente kan worden gevergd. Daarbij weegt mee dat veel meldingen pas zijn gedaan nadat de leidinggevende collega's actief naar ervaringen had gevraagd, dat verklaringen deels van horen zeggen zijn, dat sprake was van een informele werksfeer waarin onderling dubbelzinnige grappen werden gemaakt en dat werknemer jarenlang nauwelijks op zijn gedrag is aangesproken. Ook van een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding of een combinatie van omstandigheden die ontbinding rechtvaardigt, is volgens de kantonrechter geen sprake. De gemeente wordt veroordeeld werknemer weer tot zijn werkzaamheden toe te laten, het achterstallige loon te betalen en de ingehouden gefixeerde schadevergoeding terug te betalen.
