Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Miro Amehoela B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 10 april 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:5762
Werkgever die werkneemster in proeftijd na ingeroosterde diensten onbetaald laat, moet alsnog loon, vakantiegeld en vakantiedagen betalen: training, inwerken en eerder naar huis sturen doen aan het loonrecht niet af.

Feiten

Werkneemster is van 1 tot en met 27 maart 2025 bij Miro in dienst geweest als horeca-keukenmedewerker. De arbeidsovereenkomst is geëindigd doordat werkneemster binnen de overeengekomen proeftijd heeft besloten het dienstverband te beëindigen. Over de gewerkte periode heeft Miro geen loon aan werkneemster betaald, terwijl Miro aan de Belastingdienst wel heeft opgegeven dat een brutoloon van € 2.044,32 verschuldigd was. Dat bedrag is vervolgens in mindering gebracht op de uitkering van werkneemster. Werkneemster vordert onder meer betaling van het achterstallige loon van € 2.044,32 bruto, vermeerderd met vakantiegeld en een vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen. Miro verweert zich tegen de vorderingen. Volgens Miro heeft werkneemster in de betreffende periode slechts 42,25 uur gewerkt. Miro stelt bovendien dat het werk voornamelijk bestond uit training en inwerken, waarvan zij niet daadwerkelijk heeft kunnen profiteren. Om die reden meent Miro dat de gevorderde bedragen niet verschuldigd zijn.

Oordeel

De kantonrechter wijst de loonvordering toe. Werkneemster heeft een rooster overgelegd waaruit blijkt voor welke uren zij door Miro was ingeroosterd. Voor zover werkneemster feitelijk minder uren heeft gewerkt, komt dat volgens haar doordat Miro haar regelmatig eerder naar huis stuurde. De kantonrechter neemt dit als vaststaand aan, omdat Miro dit onvoldoende heeft weersproken. Daarbij is van belang dat in de arbeidsovereenkomst is bepaald dat werkneemster haar recht op loon behoudt als een oproep binnen vier dagen wordt ingetrokken. Miro kan zich daarom niet met succes op het standpunt stellen dat alleen de feitelijk gewerkte uren betaald hoeven te worden. Ook het argument dat Miro niet van de werkzaamheden van werkneemster heeft geprofiteerd, wordt verworpen. Niet is gebleken dat partijen zijn overeengekomen dat tijdens training of inwerken geen recht op volledig loon zou bestaan. De kantonrechter sluit voor de hoogte van het loon aan bij het bedrag dat Miro zelf aan de Belastingdienst heeft opgegeven. Daarnaast moet Miro het opgebouwde vakantiegeld en de vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen betalen, omdat zij de verschuldigdheid daarvan niet heeft betwist en vaststaat dat deze bedragen niet zijn uitbetaald.