Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 13 mei 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:2831
Feiten
Werknemer is op 6 juni 2024 bij Persoonality Payrolling B.V. (hierna: Persoonality) in dienst getreden. Persoonality heeft werknemer in het kader van haar payrolldienstverlening aan opdrachtgever X ter beschikking gesteld. Op 11 december 2025 is op de werkvloer van X een vechtpartij geweest tussen werknemer en een collega. Persoonality heeft zowel werknemer als zijn collega vanwege dit incident op staande voet ontslagen. In het ontslagbericht van diezelfde datum staat: ‘Gebleken is dat jij vandaag, 11 december 2025, fysiek geweld hebt gebruikt jegens een collega door hem te steken/snijden met een (stanley)mes op de werkvloer bij onze opdrachtgever (…).’ Werknemer is het niet eens met het ontslag en stelt dat zijn collega is begonnen en dat hij zelf heeft gereageerd uit zelfverdediging. Op 29 december 2025 heeft werknemer aangifte gedaan van mishandeling door zijn collega. Werknemer verzoekt primair vernietiging van het ontslag op staande voet en subsidiair toekenning van vergoedingen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Geweld tussen collega’s (ongeacht wie er is begonnen) is onacceptabel gedrag op de werkvloer. Werknemer heeft in elk geval een aandeel gehad in de vechtpartij en zich daarbij niet onbetuigd gelaten. Zijn collega moest zich voor snijwonden in zijn gezicht immers laten behandelen in het ziekenhuis. Werknemer heeft dat niet weersproken. Dat die verwondingen het gevolg zijn van het door werknemer getrokken (stanley)mes is voldoende aannemelijk. Voor zover werknemer zich op het standpunt heeft willen stellen dat hij heeft gehandeld uit zelfverdediging, oordeelt de kantonrechter dat dat onvoldoende is onderbouwd. Dit leidt tot de conclusie dat Persoonality het gedrag van werknemer tijdens de vechtpartij terecht als een dringende reden heeft aangemerkt. Het ontslag is rechtsgeldig. Afwijzing van de verzoeken van werknemer volgt.
