Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 22 mei 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3023
Feiten
Werknemer is in dienst bij werkgeefster als warranty engineer voor 40 uur per week. Op 13 januari 2025 heeft werknemer zich ziekgemeld. Op 9 december 2025 heeft de bedrijfsarts geconcludeerd dat werknemer geen beperkingen meer heeft en geadviseerd om in vier tot acht weken een arbeidsritme op te bouwen. Werknemer heeft zich per e-mail van 30 december 2025 hersteld gemeld bij werkgeefster. Werkgeefster heeft werknemer met ingang van 19 januari 2026 toegelaten tot het werk, niet in zijn eigen functie, maar in andere taken en meteen voor 40 uur per week, zonder opbouwschema. Werkgeefster betaalt werknemer vanaf januari 2026 nog maar 70% van zijn loon, omdat hij volgens werkgeefster langer dan 52 weken ziek is. Werknemer vordert in kort geding dat werkgeefster wordt veroordeeld het ingehouden loon te betalen, omdat hij weer geschikt is voor zijn eigen werk en voor het aflopen van het eerste ziektejaar hersteld is.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen verschillen van mening over de vraag of werknemer voor het verstrijken van het eerste ziektejaar is hersteld voor zijn werk. De kantonrechter is van oordeel dat het voldoende aannemelijk is dat werknemer niet meer dan 52 weken ziek is geweest voor zijn eigen werk. Dit volgt met name uit het advies van de bedrijfsarts van 9 december 2025 en de hersteldmelding van werknemer op 30 december 2025, maar ook uit berichten van de praktijkondersteuner van de bedrijfsarts van 20 februari 2026 en 9 april 2026. Naar het oordeel van de kantonrechter wist werkgeefster in ieder geval al op 30 december 2025 dat zij – als zij het niet eens was met het advies van de bedrijfsarts – een deskundigenoordeel bij het UWV moet aanvragen. Dat heeft zij toen niet gedaan. Het is in deze situatie niet aan werkgeefster om de hersteldmelding niet te accepteren. Het oordeel rond arbeidsgeschiktheid of niet is voorbehouden aan de bedrijfsarts. Al met al acht de kantonrechter het voldoende aannemelijk dat werknemer met ingang van 30 december 2025 hersteld is, waardoor hij niet meer dan 52 weken ziek is geweest. Werkgeefster heeft daarom met ingang van 13 januari 2026 ten onrechte niet meer het volledige loon betaald. De vorderingen van werknemer worden toegewezen.
