Naar boven ↑

Rechtspraak

Gemeente Amsterdam/werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 14 september 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:8388
Arbeidsovereenkomst van medewerker administratie C van de gemeente Amsterdam ontbonden op de g-grond. Loonvordering werknemer wordt toegewezen, omdat niet is vast komen te staan dat niet meewerken aan re-integratie zonder redelijke grond was.

Feiten

Werknemer is per 1 juli 2002 in dienst getreden bij de gemeente Amsterdam in de functie van medewerker administratie C. Werknemer heeft sinds 1997 een gedeeltelijke WAO-uitkering. De bedrijfsarts heeft na een ziekmeldinging in 2019 geconstateerd dat de belastbaarheid van werknemer te marginaal is voor structurele re-integratie. Vevolgens hebben partijen over en weer getwist over de re-integratie en is onder meer de loondoorbetaling gestaakt. Het UWV heeft in 2021 de WAO-uitkering van werknemer verhoogd. Sindsdien heeft werknemer geen re-integratiewerkzaamheden meer verricht. De gemeente Amsterdam verzoekt ontbinding op de g-grond. Werknemer erkent dat er sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie en benadrukt dat hem geen verwijt kan worden gemaakt. Werknemer vordert het loon dat in verband met een loonstop niet aan hem is uitbetaald in 2021, omdat de gemeente Amsterdam de re-integratie niet adequaat zou hebben aangepakt.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is sprake van een opzegverbod omdat werknemer arbeidsongeschikt is. Dit staat echter niet aan ontbinding in de weg, omdat het verzoek geen verband houdt met de ziekte van werknemer. Het verzoek is immers gebaseerd op een verstoorde arbeidsverhouding. Naar het oordeel van de kantonrechter is er sprake van een redelijke grond en ligt herplaatsing niet in de rede. De ontbinding wordt toegewezen. Uit de door de gemeente Amsterdam ingeschakelde arbeidsdeskundige kan worden afgeleid dat werknemer in staat werd geacht te beginnen met re-integratieactiviteiten. Uit een ander rapport volgt echter dat een passender aanpak zou zijn geweest om te beginnen met een adequate behandeling van onder meer de alcoholverslaving en depressie van werknemer, omdat er onder andere sprake zou zijn van een geheugenstoornis. Volgens dat rapport is er geen rekening gehouden met de onmacht van werknemer door zijn stoornissen. Gelet op dit rapport plaatst de kantonrechter vraagtekens bij de juistheid van eerdere adviezen. De kantonrechter acht had aannemelijk dat er een verband bestaat tussen de ziekte van werknemer en zijn passieve houding en dat daardoor geen re-integratie tot stand is gekomen, waardoor niet vast is komen te staan dat werknemer zonder redelijke grond niet heeft meegewerkt aan zijn re-integratie. De gemeente Amsterdam wordt veroordeeld alsnog het loon aan werknemer te voldoen. Indien het loon door de verhoging van de WAO-uitkering op een lager bedrag neerkomt, dient werknemer dit hierop in mindering te brengen. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot nihil aangezien pas recent nieuwe informatie over de medische toestand van werknemer bekend is geworden. De proceskosten worden gecompenseerd.