Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 20 januari 2026
ECLI:NL:GHSHE:2026:105
Feiten
XPO Logistics is een concern dat wereldwijd actief is op het gebied van transport en logistieke services. XPO heeft zich in 2015 in - onder meer - Nederland gevestigd c.q. kunnen vestigen door overname van transportconcerns Norbert Dessentrangle en Con-Way. De Nederlandse groepsvennootschappen van Norbert Dessentrangle, te weten ND Logistics B.V. en TD Holding B.V., zijn opgegaan in XPO Supply Chain Netherlands I B.V. (hierna: XPO I), respectievelijk XPO Supply Chain Netherlands II B.V. (hierna: XPO II). Van Con-Way maakte Menlo Worldwide B.V. (hierna: Menlo) onderdeel uit, dat onder dezelfde naam is blijven voortbestaan. In 2018 is een proces in gang gezet om de arbeidsvoorwaarden van de verschillende 'XPO-onderdelen' in Nederland te harmoniseren. Daartoe is in samenspraak met de OR van XPO Logistics Nederland een nieuwe entiteit opgericht, XPO III. Bij XPO III is kort voor de overgang (1 juli 2019) van activiteiten van de andere vennootschappen naar XPO III een pensioenregeling met een aantal werknemers overeengekomen, die afwijkt van de bestaande pensioenregelingen bij de andere XPO-onderdelen. In deze procedure staat door middel van een collectieve actie (WAMCA) van de FNV en CNV de vraag centraal of de verkrijger (XPO III) de eigen pensioenregeling mag toepassen of (toch) gehouden is de oude pensioenregeling te handhaven. De bonden stellen zich op het standpunt dat XPO III in de gegeven omstandigheden rechtens geen beroep toekomt op artikel 7:664 lid 1 aanhef en onder a BW. Zij voeren daartoe - samengevat - aan dat XPO III met de invoering van een veel goedkopere pensioenregeling de Wet overgang van onderneming zodanig heeft misbruikt dat haar een beroep op die wet moet worden ontzegd. Daarmee heeft zij zich ook niet als goed werkgever gedragen, heeft zij haar rechten en bevoegdheid misbruikt, onrechtmatig gehandeld en/of is haar handelen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, met aanzienlijk nadeel voor de betrokken werknemers tot gevolg. De kantonrechter heeft de vorderingen van de bonden afgewezen. Tegen dit oordeel keren de bonden zich in hoger beroep.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt.
Overgang van onderneming binnen concern waardoor werknemers een andere (lagere) pensioenregeling krijgen, geen misbruik van recht
Het hof stelt bij de beoordeling voorop dat het door de bonden geschetste feitencomplex, namelijk het feit dat XPO III als verkrijger, die vlak voor de overgangsdatum nog niet bestond, nog geen pensioenregeling had, geen werknemers en geen activiteiten had, in één maand tijd 29 werknemers in dienst heeft genomen en vervolgens (800) werknemers van een andere groepsmaatschappij binnen het concern heeft overgeheveld en vervolgens een nieuwe pensioenregeling heeft aangeboden, aanleiding geeft om kritisch te kijken of er sprake is van misbruik van recht dan wel of aan een van de andere grondslagen is voldaan.
De wens om tot een nieuwe arbeidsvoorwaardenregeling te komen voor de warehousewerknemers van XPO I en XPO II en om die arbeidsvoorwaarden aan te laten sluiten bij die van de werknemers van Menlo, dat zich ook op warehouseactiviteiten richtte, was dan ook in ieder geval mede ingegeven door de wens om tot uniformering en harmonisering van de arbeidsvoorwaarden te komen. Dit wordt ook bevestigd door de verklaring van de OR. Volgens de bonden ging het uitsluitend om kostenbesparingen en om harmonisatie van arbeidsvoorwaarden. De bonden insinueren dat dit bedenkelijke doelstellingen zijn voor overgang van onderneming, maar het hof ziet niet in waarom dat niet te respecteren bedrijfsbelangen kunnen zijn. Het hof stelt hierbij voorop dat het enkele feit dat een aangeboden pensioenregeling een materiële verslechtering is ten opzichte van de voor de overgang van onderneming geldende regeling, op zichzelf onvoldoende is om tot het oordeel te komen dat sprake is van misbruik van recht. De wetgever heeft immers uitdrukkelijk onderkend dat de uitzondering als bedoeld in artikel 7:664 lid 1 onder a BW tot een verslechtering kan leiden voor werknemers. Bovendien kan niet worden geoordeeld dat sprake is van een inferieure regeling, doordat de nieuwe doorsneeregeling ook voordelen met zich brengt (zoals een lagere premie en dus een hoger nettoloon).
Omdat XPO III in feite de pensioenregeling heeft voortgezet die reeds voor 400 werknemers gold bij een ander onderdeel van XPO (te weten Menlo) kan niet worden betoogd dat deze regeling 'kort voor de OVO uit de lucht kwam vallen'.
Verder is het hof van oordeel dat het proces van de totstandkoming en inwerkingtreding van de AVR zorgvuldig is verlopen en dat werknemers voldoende zijn geïnformeerd over de nieuwe AVR, waaronder de pensioenregeling. De OR is als onderhandelingspartner opgetreden bij de totstandkoming van de AVR. De bonden hebben onbetwist gelaten dat de OR deze taak zelf op zich wilde nemen vanwege de beperkte organisatiegraad van de bonden binnen XPO III en omdat de OR voor alle werknemers opkwam, hetgeen de OR ook zo met de bonden heeft besproken. In nieuwsbrieven van de OR en een town hall meeting die op iedere locatie/alle distributiecentra is gehouden, zijn werknemers op de hoogte gesteld van het feit dat de arbeidsvoorwaarden - waaronder de pensioenregeling - ging veranderen en hoe het proces werd vormgegeven.
Het aanbod is bovendien tijdig gedaan in de zin van artikel 7:664 lid 1 onder a BW.
