Rechtspraak
Feiten
DEME is een wereldwijd opererend bedrijf in offshore baggerwerkzaamheden, oplossingen voor de offshore energie, waterbouwkundige werken en bodemsanering. Werknemer is op 30 juni 1997 bij (de rechtsvoorganger van) DEME in dienst getreden als surveyor tegen een brutomaandloon van laatstelijk € 4.438,45, exclusief emolumenten voor het werken in Nederland. Op 29 december 2016 is werknemer tijdens werktijd aan boord van een schip van een trap gevallen en (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt geraakt. Op 2 januari 2017 heeft werknemer zich per 29 december 2016 ziek gemeld. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) heeft aan werknemer een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA, meer specifiek een loongerelateerde WGA-uitkering) toegekend per 26 januari 2019 (104 weken na de eerste ziektedag). De ontslagvergunning is door het UWV afgewezen wegens mogelijkheden tot (passende) arbeid. Nadien is een langdurig en ingewikkeld re-integratietraject ontstaan, waarbij werknemer meermalen vraagtekens bij de rol van de bedrijfsarts plaatste, de bedrijfsarts zijn rol niet meer kon uitoefenen en werknemer weigerde toestemming te geven informatie aan de werkgever/een derde partij (Ergatis) door te geven. In deze procedure staat de vraag centraal of ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen (weigeren mee te werken aan een redelijke opdracht) terecht is.
Conclusie A-G Drijber
Het hof heeft, gelet op de omstandigheden van het geval, geoordeeld dat DEME Ergatis als externe deskundige kon inschakelen om de belastbaarheid van werknemer te onderzoeken en dat van werknemer kon worden gevergd dat hij daaraan meewerkt (zie art. 7:658a lid 2 BW en art. 7:660a lid 1 onder a BW). Aan dit niet onjuiste, niet onbegrijpelijke en voldoende gemotiveerde oordeel ligt ten grondslag dat DEME heeft geprobeerd om het onderzoek te laten verrichten door de bedrijfsarts, maar dat dit niet de benodigde actuele FML heeft kunnen opleveren. De bedrijfsarts heeft medegedeeld dat hij geen toestemming had van werknemer voor actualisering van de FML en dat voor een volgende opdracht een externe deskundige moest worden ingeschakeld. Er is vervolgens tussen DEME en werknemer afgesproken om Ergatis de beperkingen en belastbaarheid van werknemer te laten onderzoeken. Het hof oordeelt dat het doen van onderzoek naar de actuele belastbaarheid van werknemer een redelijk voorschrift van DEME aan werknemer betrof. DEME had hierbij ook een kenbaar en gerechtvaardigd belang. Zonder miskenning van enig recht van werknemer, en met inachtneming van de bezwaren van werknemer, heeft het hof in deze omstandigheden kunnen oordelen dat het (ernstig) verwijtbaar is van werknemer om zijn medewerking (verstrekking van het Ergatis-rapport aan DEME) te weigeren.
Oordeel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
