Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 4 mei 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:2416
Feiten
Werknemer is op 1 januari 2021 in dienst getreden bij werkgever. Het laatstgenoten salaris bedroeg € 8.500 per maand, exclusief vakantiegeld en overige emolumenten. Op 8 januari 2026 heeft werknemer ontslag op staande voet genomen, omdat hij sinds oktober 2025 geen loon meer had ontvangen. Werknemer verzoekt nu onder andere betaling van een gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding, achterstallig salaris en vakantietoeslag. Werkgever is niet op de mondelinge behandeling verschenen en heeft geen verweer gevoerd.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De verzoeken van werknemer komen de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en zullen daarom worden toegewezen zoals verzocht. Werkgever dient te betalen (1) een gefixeerde schadevergoeding van € 16.273,63, (2) de transitievergoeding van € 16.120 bruto, (3) achterstallig loon van € 10.431,82 bruto en (4) vakantietoeslag van € 4.914,55 bruto.
