Naar boven ↑

Rechtspraak

De klachten en beperkingen kunnen in juridische zin aan het ongeval worden toegerekend. Er is sprake van een coherent en plausibel klachtenpatroon dat voor het ongeval niet bestond, door het ongeval kan zijn veroorzaakt en waarvoor een alternatieve oorzaak ontbreekt.

Feiten

Op 28 mei 2021 is werkneemster tijdens haar werk een ongeval overkomen. Bij het verzetten van een stellingkast heeft ze een metalen buis van 10 kilogram op haar hoofd gekregen. Bij dit ongeval heeft werkneemster letsel opgelopen. Berco is verzekerd bij aansprakelijkheidsverzekeraar ERGO Versicherung AG (hierna: ERGO). ERGO heeft namens Berco aansprakelijkheid erkend. Werkneemster heeft zich na het ongeval ziek gemeld. Acht weken later heeft de neuroloog vastgesteld dat er sprake was van een hersenschudding met aanhoudende postcommotionele klachten. Terugkeer in het eigen of aangepast werk is ook nadien niet mogelijk gebleken. Twee jaar na het ongeval is het dienstverband met werkneemster beëindigd en sindsdien ontvangt zij een WIA-uitkering. Werkneemster heeft meerdere medische behandelaars (gehad). Berco heeft vanwege de discussie over de causaliteit op 4 juni 2024 de rechtbank verzocht een psychiater te benoemen voor het uitvoeren van een voorlopig deskundigenonderzoek. Dit verzoek is ingewilligd en het onderzoek is uitgevoerd. Werkneemster verzoekt in onderhavig deelgeschil kort samengevat te verklaren voor recht dat de klachten en beperkingen, die geleid hebben tot het verminderd arbeidsvermogen van werkneemster, het rechtstreeks gevolg is van het haar op 28 mei 2021 overkomen bedrijfsongeval.

Oordeel

Werkneemster vraagt een beslissing op een groot aantal beslispunten, waarmee zij bijna het hele geschil heeft voorgelegd. De kantonrechter ontvangt  werkneemster niettemin in ten minste een deel van haar verzoek. Omdat de afwikkeling van de schade al jaren loopt en de onderhandelingen al lange tijd vastzitten, waarbij (bezien in verhouding tot de gestelde schade) lage bedragen zijn bevoorschot, moet er schot in de zaak komen. De onderhandelingen tussen partijen lopen met name vast op de causaliteitsvraag. Een beslissing van de kantonrechter op dat punt kan de impasse tussen partijen doorbreken, waarna de onderhandelingen zouden moeten kunnen worden voortgezet. De kantonrechter zal de causaliteitsvraag daarom inhoudelijk behandelen. 

De omkeringsregel

De kantonrechter ziet geen reden om werkneemster tegemoet te komen in haar bewijslast door toepassing te geven aan de arbeidsrechtelijke omkeringsregel. Aansprakelijkheid staat vast. Partijen zijn het echter niet eens in hoeverre de klachten en beperkingen van werkneemster als een gevolg van het opgelopen hoofdletsel zijn aan te merken. Waarom ook ten aanzien van deze causaliteitsvraag de omkeringsregel zou moeten gelden, heeft werkneemster niet toegelicht of onderbouwd. De kantonrechter ziet daarvoor geen grond.

De causaliteitsvraag

Dat werkneemster door het ongeval traumatisch hersenletsel heeft opgelopen, is niet medisch geobjectiveerd. Het ingewonnen onafhankelijk psychiatrisch expertiserapport toont aan dat de klachten van werkneemster niet worden veroorzaakt door een psychiatrische stoornis, maar geeft geen uitsluitsel over wat dan wél de oorzaak is van de klachten van werkneemster. Uit de overgelegde medische stukken blijkt dat de klachten zoals werkneemster die in de loop der tijd tegenover de verschillende behandelaars en onderzoekers heeft gepresenteerd niet overdreven maar authentiek lijken en een plausibel klachtenpatroon vormen, in de zin dat sprake is van een consistent, consequent en samenhangend patroon. Van de door werkneemster gepresenteerde klachten is ook algemeen bekend dat ze kunnen optreden na een harde klap op het hoofd. Berco is bij mondelinge behandeling op de erkenning van causaliteit gedurende de eerste twee jaar teruggekomen. Anders dan eerder heeft zij zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake kan zijn geweest van een hersenschudding, omdat na het ongeval geen bewustzijnsverlies bij werkneemster is opgetreden. De kantonrechter volgt Berco hierin niet. De medisch adviseur van werkneemster heeft op de zitting verklaard dat bewustzijnsverlies volgens de huidige criteria geen vereiste is om te kunnen spreken van een hersenschudding. De kantonrechter ziet in hetgeen Berco heeft aangevoerd dan ook onvoldoende reden om te twijfelen aan de juistheid van de conclusie van de huisarts en de neuroloog dat het ongeval bij werkneemster heeft geleid tot een commotio cerebri met aanhoudende postcommotionele klachten. Ook de niet nader onderbouwde stelling van Berco dat het ongeval niet kan hebben geleid tot een ‘traumatic visual stress syndrom’, omdat dit dan al eerder door de neuroloog zou zijn vastgesteld, slaagt niet. Vaststaat dat in het algemeen geldt dat klachten na een hersenschudding meestal na een half jaar verdwijnen en in sommige gevallen 1,5 tot 2 jaar kunnen aanhouden. Anders dan Berco bepleit, staat op basis van deze statistiek nog niet vast dat postcommotionele klachten nooit langer dan 2 jaar duren en dat de klachten van werkneemster dus ook maximaal gedurende 2 jaar causaal kunnen zijn aan het ongeval.  Een en ander brengt de kantonrechter tot het oordeel dat voldoende is onderbouwd dat ook de langer dan 2 jaar (en tot nu toe nog altijd) voortdurende klachten van werkneemster een plausibel klachtenpatroon vormen dat door het ongeval kan zijn veroorzaakt. Uit de medische stukken blijkt verder dat het huidige klachtenpatroon van werkneemster beduidend meer omvat dan alleen vermoeidheidsklachten, waarbij de huidige vermoeidheidsklachten (mede) lijken te worden veroorzaakt door de overige klachten, zoals de overgevoeligheid voor prikkels en visusklachten. De vermoeidheidsklachten voor en na het ongeval waren anders naar hun aard en oorzaak, en ook de impact ervan was anders. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat weliswaar geen medisch objectiveerbaar hersenletsel kan worden geduid, maar dat de klachten en beperkingen zoals werkneemster die sinds het ongeval presenteert in juridische zin aan het ongeval kunnen worden toegerekend, omdat er sprake is van een coherent en plausibel klachtenpatroon dat voor het ongeval niet bestond, dat door het ongeval kan zijn veroorzaakt en waarvoor een alternatieve oorzaak ontbreekt. Aan werkneemster wordt een voorschot toegekend voor schade wegens verminderd arbeidsvermogen (€ 27.000); materiële schade (€ 24.144,46); smartengeld (€ 40.000, gekeken naar de Rotterdamse schaal) en buitengerechtelijke kosten (€ 26.516,36).