Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Bergen op Zoom), 17 april 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:3132
Beveiliger verzoekt toekenning van de transitievergoeding nadat de arbeidsovereenkomst op initiatief van werkgever niet is verlengd en werkgever deze vergoeding weigert te betalen.

Feiten

Werknemer is op 9 oktober 2023 in dienst getreden van werkgever in de functie van beveiliger. Op 3 oktober 2024 hebben partijen de arbeidsovereenkomst verlengd tot en met 8 oktober 2025. Werkgever heeft de arbeidsovereenkomst tegen 1 november 2025 opgezegd. Nu de arbeidsovereenkomst op initiatief van werkgever niet meer is verlengd, stelt werknemer dat werkgever de transitievergoeding verschuldigd. Werkgever weigert echter deze vergoeding te betalen. Werknemer verzoekt daarom de kantonrechter werkgever te veroordelen om de transitievergoeding te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ook verzoekt werknemer werkgever te veroordelen om een schriftelijke en deugdelijke netto-brutospecificatie te verstrekken, waarin voornoemde transitievergoeding is verwerkt, op straffe van een dwangsom. Daarnaast verzoekt werknemer werkgever te veroordelen in de proceskosten. Werkgever is niet in de procedure verschenen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het verzoek van werknemer is toewijsbaar aangezien de arbeidsovereenkomst op initiatief van werkgever niet is verlengd. De kantonrechter zal de verzochte transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente, toewijzen. Ook het verzoek tot het veroordelen van werkgever om een schriftelijke en deugdelijke netto-brutospecificatie te verstrekken is toewijsbaar. Aangezien werkgever geen verweer heeft gevoerd tegen de verzochte dwangsom, zal de kantonrechter die eveneens toewijzen. Werkgever is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.