Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 12 maart 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:4232
Feiten
Werkneemster is op 15 juni 2021 bij werkgever in dienst getreden en werkte tot haar ontslag in de functie van ‘persoonlijk begeleidster niveau 4 zeer intensief’ op een van de woonlocaties, met een werkweek van 32 uur, tegen een salaris van € 3.168 bruto per maand. De bewoners die aan de zorg van de begeleiding zijn toevertrouwd hebben een ernstige tot matige verstandelijke beperking, overeenkomstig met een cognitieve ontwikkelingsleeftijd tussen de 1 en 4 jaar. Daarnaast speelt bij alle bewoners bijkomende (gedrags)problematiek. De begeleiders hebben hierin een belangrijke taak, waarbij nauw samengewerkt en overlegd moet worden met andere zorgverleners, zoals de arts verstandelijk gehandicapten, de fysiotherapeut, de ergotherapeut en de gedragsdeskundige, in zogenoemd multidisciplinair overleg (MDO). Op 22 augustus 2025 heeft werkgever werkneemster aan de hand van negen verwijten op staande voet ontslagen, onder meer omdat werkneemster samen met een collega zonder toestemming van en overleg met de zorgmanager en/of de gedragsdeskundige een vakantie naar Curaçao heeft georganiseerd of doen organiseren voor haarzelf, haar collega en twee cliënten. De cliënten voor wie de vakantie was bedoeld zijn naar het oordeel van de gedragsdeskundige psychisch en/of gedragsmatig niet in staat om een dergelijke reis verantwoord te kunnen maken en werkneemster had dit zeker zelf ook kunnen en moeten inschatten. Dat werkneemster desondanks deze vakantie op eigen initiatief en zonder intern overleg heeft geboekt, geeft zij er naar het oordeel van werkgever blijk van andere prioriteiten te hebben dan de psychische en fysieke veiligheid van de cliënten. Werkneemster verzoekt primair vernietiging van het ontslag op staande voet, wedertewerkstelling en loondoorbetaling. Subsidiair verzoekt zij betaling van een billijke vergoeding, een gefixeerde schadevergoeding en een transitievergoeding. Werkgever verzoekt in het geval van vernietiging ontbinding op de e-, g- of i-grond en separaat betaling van de gefixeerde schadevergoeding.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet stand houdt omdat er onverwijld is opgezegd, de reden voor het ontslag onverwijld is medegedeeld en er sprake is van een dringende reden. Ten aanzien van de dringende reden gaat het dit geval om de samenhang van een aantal van de genoemde redenen. Van groot gewicht is in ieder geval reden 1, het verwijt aan het adres van werkneemster dat zij samen met haar collega zonder toestemming van en overleg met de zorgmanager en/of gedragsdeskundige de vakantie naar Curaçao heeft georganiseerd of doen organiseren voor haarzelf, de collega en twee bewoners. In het verlengde hiervan liggen de redenen 4 en 5, de verwijten dat werkneemster gelogen heeft tegen werkgever en tegen de vader van de bewoner, waarvoor de tegengeworpen niet verkregen toestemming ook van belang is. De kantonrechter is van oordeel dat de redenen 3 en 6 tot en met 9, in onderlinge samenhang bezien, het gegeven ontslag op staande voet kunnen dragen. Werkneemster is met deze gedragingen over de schreef gegaan en heeft hiermee een dringende reden voor ontslag op staande voet gegeven. Het verzoek tot wedertewerkstelling wordt afgewezen evenals het verzoek tot loonbetaling en betaling van een billijke vergoeding. De kantonrechter is van oordeel dat werkneemster wel recht heeft op een transitievergoeding, omdat er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen en nalaten van werkneemster. Er is weliswaar sprake van verwijtbaar handelen en nalaten van werkneemster, maar de lat ligt hoog voor het aannemen van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten en die hoge lat is hier niet gehaald. Weliswaar verdient het handelen van werkneemster bepaald geen schoonheidsprijs, maar er lijkt ook sprake te zijn van onervarenheid en jeugdige onbezonnenheid voor wat betreft het plannen van de reis, waarvoor overigens de familie/wettelijk vertegenwoordigers van de cliënten ook toestemming hebben gegeven.
