Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 29 april 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:2304
Feiten
Werkgever is een uitzendbureau. Werknemer werkt sinds 1 oktober 2018 via werkgever bij een technisch installatiebedrijf als senior werkvoorbereider. Werknemer wil dat werkgever een loonsverhoging doorvoert die hem toekomt op grond van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en dat werkgever hem per 1 februari 2026 een brutoloon van € 5.227,77 per maand uitbetaalt. Verder wil werknemer dat werkgever hem € 1.100 en € 609,08 bruto aan achterstallig loon tot 31 januari 2026 betaalt, vermeerderd met wettelijke verhoging en wettelijke rente daarover, omdat de loonsverhoging nog niet is doorgevoerd. Daarnaast wil werknemer dat werkgever hem met terugwerkende kracht per 1 november 2024 weer aanmeldt bij de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten, de per die datum verschuldigde pensioenpremies aan de stichting afdraagt, en hem bewijs laat zien dat hij dat heeft gedaan, op straffe van een dwangsom van € 200 per dag. Werkgever verschijnt niet ter zitting.
Oordeel
Er is sprake van een spoedeisend belang omdat werknemer betaling van achterstallig loon en afdracht van pensioenpremies vordert waarvan hij afhankelijk is voor zijn levensonderhoud als hij in juli 2026 met pensioen gaat. Tijdens de zitting heeft werknemer gezegd dat zijn contactpersoon bij werkgever hem kort voor de zitting telefonisch heeft aangegeven te zullen betalen en werkgever dus (een deel van de vorderingen) erkent. Werkgever heeft geen verweer gevoerd. De vorderingen komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en die zullen daarom worden toegewezen. Daarbij worden de door werknemer gevorderde dwangsommen beide gemaximeerd op € 4.000. Werkgever wordt onder meer veroordeeld om werknemer met terugwerkende kracht per 1 november 2024 opnieuw aan te melden bij Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP) en om aan StiPP te voldoen (ten name van werknemer) het verschuldigde bedrag aan pensioenpremies over de periode van 1 november 2024 tot aan de datum waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd.
