Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Tilburg), 15 april 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:3809
Feiten
Werkneemster was op 31 mei 2024 in loondienst van Adecco en werd uitgeleend aan Tesla. Terwijl werkneemster haar werkzaamheden op 31 mei 2024 uitvoerde, is een collega van werkneemster die aan het werk was als bestuurder van een zogenoemd “man-up” voertuig, in botsing gekomen met het door werkneemster geparkeerde voertuig, een zogenoemde “reachtruck”. Werkneemster heeft na het incident niet meer gewerkt en is eerder naar huis gegaan. Naar aanleiding van het incident heeft Tesla een intern incidentenrapport opgemaakt. Op 3 juni 2024 is werkneemster naar de huisarts gegaan, die haar heeft doorverwezen naar het ziekenhuis. Op 9 september 2024 heeft de gemachtigde van werkneemster Tesla – en enige tijd later ook Adecco – aansprakelijk gesteld voor de schade die werkneemster lijdt als gevolg van het ongeval op 31 mei 2024. Werkneemster heeft geen inhoudelijke reactie op de aansprakelijkheidstelling ontvangen van Tesla en Adecco. Werkneemster vordert voor recht te verklaren dat Adecco en/of Tesla al dan niet hoofdelijk aansprakelijk is/zijn jegens haar voor de als gevolg van het (arbeids)ongeval van 31 mei 2024 geleden en nog te lijden schade.
Oordeel
Tijdens de zitting is komen vast te staan dat de collega die het ongeval volgens werkneemster heeft veroorzaakt, geen ondergeschikte is van Adecco, maar van Tesla. Gelet hierop is artikel 6:170 BW niet op Adecco als formeel werkgever van toepassing is. Het artikel is wel van toepassing op Tesla. Aan de daarin gestelde voorwaarden is voldaan. Voldoende is komen vast te staan dat werkneemster schade heeft opgelopen als gevolg van het ongeval. De suggestie van Tesla dat er andere oorzaken voor haar letsel zijn (of kunnen zijn), is niet aannemelijk. Dat partijen van mening verschillen over de precieze toedracht van het letsel, maakt niet dat ervan uit moet worden gegaan dat zij geen letsel heeft opgelopen tijdens het incident. De kantonrechter is verder van oordeel dat er sprake is van een toerekenbare onrechtmatige daad van de collega jegens werkneemster, ook als wordt uitgegaan van de stellingen van Tesla over de toedracht van de aanrijding. De collega heeft gezien dat het voertuig van werkneemster gedeeltelijk op de route stond die hij wilde nemen. Naar het oordeel van de kantonrechter had de collega zich behoren te realiseren dat hij door zijn route te vervolgen de reachtruck van werkneemster kon raken en tevens dat dit een mogelijke aanrijding tot gevolg zou kunnen hebben. Bovendien had hij zich moeten realiseren dat een aanrijding kon leiden tot letsel bij werkneemster, aangezien zij naast haar voertuig stond. Voor wat betreft de in dit geval vereiste mate van waarschijnlijkheid ligt het niet in de rede hoge eisen te stellen. Risico's zoals de onderhavige vloeien voort uit de werksituatie waarbij collega’s voorzichtigheid dienen te betrachten, zeker bij het gebruik van rijdend materieel. De stelling van Tesla dat werkneemster eigen schuld is te verwijten omdat zij haar voertuig verkeerd had geparkeerd, zodat de vergoedingsplicht van Tesla dient te worden verminderd op grond van artikel 6:101 BW, slaagt niet. Dat er sprake is van een aan werkneemster toerekenbare omstandigheid die ook heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade staat niet vast. Indien echter zou worden aangenomen dat de wijze van parkeren heeft bijgedragen aan het ontstaan van de aanrijding en dus aan de schade, heeft te gelden dat er sprake is van een zodanig uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten (enigszins verkeerd parkeren tegenover het geparkeerde voertuig zien en toch aanrijden), dat de vergoedingsplicht van Tesla geheel in stand moet blijven.
