Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 1 april 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:2972
Werkneemster gaat in verzoekschrift per abuis uit van nettoloon als zijnde brutoloon. Werkneemster verandert/vermeerdert verzoek ter mondelinge behandeling. Werkneemster krijgt gelegenheid gewijzigd verzoek aan niet verschenen werkgeefster te betekenen (art. 130 Rv).

Feiten

Werkneemster is met ingang van 7 februari 2025 voor bepaalde tijd bij werkgeefster in dienst getreden in de functie van kokkin, voor een gemiddelde arbeidstijd van 32 uur per week. Het loon bedroeg laatstelijk € 14,40 bruto per uur en 8% vakantietoeslag. De arbeidsovereenkomst is op 31 december 2025 van rechtswege geëindigd. Werkneemster heeft over de periode vanaf 1 oktober 2025 tot en met 31 december 2025 geen betaling ontvangen van de uren die zij heeft gewerkt. Werkneemster maakt daarom aanspraak op achterstallig loon over deze periode. Ook verzoekt zij om toekenning van de transitievergoeding. Werkgeefster is niet ter zitting verschenen.

Oordeel

De kantonrechter heeft werkneemster tijdens de mondelinge behandeling voorgehouden dat in het verzoekschrift ten aanzien van het verzoek om achterstallig loon om toekenning van brutobedragen wordt verzocht, terwijl uit de overgelegde loonstroken lijkt te volgen dat dit nettobedragen zijn. Daarnaast is voorgehouden dat bij de berekening van de transitievergoeding is uitgegaan van het op de loonstroken vermeld staande nettoloon, dat werkneemster in het verzoekschrift als zijnde een brutoloon noemt. Werkneemster heeft aangegeven dat een en ander op een vergissing berust en dat moet worden uitgegaan van een brutomaandloon van € 1.996,80. Het voorgaande dient naar het oordeel van de kantonrechter als een verandering/vermeerdering van het verzoek te worden aangemerkt. In het geval van verandering of vermeerdering is artikel 130 Rv van toepassing. Uit lid 3 van die bepaling volgt dat indien een partij niet in het geding is verschenen, een verandering of vermeerdering van eis tegen die partij is uitgesloten, tenzij de eiser de verandering of vermeerdering tijdig bij exploot aan haar kenbaar heeft gemaakt. De ratio van artikel 130 lid 3 Rv is dat voorkomen moet worden dat de niet verschenen gedaagde (of in dit geval verweerster) tot iets wordt veroordeeld waarvan hij niet weet en niet kan weten dat het wordt gevorderd. Werkgeefster is niet verschenen op de mondelinge behandeling en werkneemster heeft de door haar beoogde wijziging van haar verzoek voorafgaand aan de mondelinge behandeling niet aan werkgeefster betekend. Gelet hierop ziet de kantonrechter aanleiding om de door werkneemster gevraagde wijziging van haar verzoek slechts toe te staan mits zij deze wijziging alsnog aan werkgeefster betekent onder vermelding dat werkgeefster in de gelegenheid wordt gesteld daarop binnen veertien dagen na datum betekening schriftelijk te reageren. Een afschrift van dit betekeningsexploot dient voorts aan de rechtbank te worden verzonden. Voor het geval werkneemster geen gebruik wenst te maken van deze mogelijkheid, dient zij dit voorts zo spoedig mogelijk aan de rechtbank kenbaar te maken. In dat geval zal worden beslist op het verzoek zoals werkneemster dat bij verzoekschrift heeft voorgelegd. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.