Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 24 maart 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:4141
Werkgever veroordeeld tot betaling achterstallig vakantiegeld en vakantiebijslag over niet genoten vakantie-uren. Ook is hij aanzegvergoeding en transitievergoeding verschuldigd.

Feiten

Werknemer is op 1 augustus 2023 als schoonmaker in dienst getreden bij werkgever, op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 1 oktober 2024 is zijn arbeidsovereenkomst verlengd met twaalf maanden, tot en met 30 september 2025. In mei 2025 heeft werknemer werkgever in kort geding gedagvaard, omdat die hem al enkele maanden geen salaris meer had betaald. Tijdens de mondelinge behandeling in het kort geding hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. Deze vaststellingsovereenkomst is opgenomen in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling. Omdat werkgever het resterende salaris dat hij op grond van de vaststellingsovereenkomst aan werknemer moest betalen niet betaalde, heeft de deurwaarder derdenbeslag gelegd onder de klanten van werkgever om de vorderingen van werknemer te voldoen. Op 11 september 2025 heeft werknemer van werkgever te horen gekregen dat de arbeidsovereenkomst na 30 september 2025 niet zou worden verlengd. Werknemer verzoekt toekenning van de aanzegvergoeding, transitievergoeding en veroordeling van werkgever tot betaling van achterstallig vakantiegeld over de periode 1 juni 2025 tot en met september 2025 en opgebouwde maar niet genoten vakantie-uren. Werkgever is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De verzoeken tot betaling van het achterstallige vakantiegeld en de vakantiebijslag over de niet genoten vakantie-uren zullen worden toegewezen, nu deze redelijk voorkomen en werkgever daartegen geen verweer heeft gevoerd. De verzochte wettelijke rente over deze bedragen en de reeds betaalde bedragen is als niet weersproken eveneens toewijsbaar. Omdat in het verzoekschrift geen verzuimdatum is opgenomen, zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf 28 november 2025, de datum dat het verzoekschrift is binnengekomen bij de rechtbank. De verzochte salarisspecificaties worden als niet weersproken toegewezen. De verzochte dwangsom hierover wordt ook toegewezen. De wettelijke verhoging wordt, zoals gevorderd, in deze zaak bepaald op 50%. Werkgever heeft ondanks het eerdere kort geding verschillende bedragen niet (op tijd) betaald. Ook heeft hij niet gereageerd nadat de gemachtigde van werknemer hem hierover heeft aangeschreven. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding de wettelijke verhoging te matigen. De overige verzoeken worden eveneens toegewezen.