Naar boven ↑

Rechtspraak

Yzorg B.V./werkneemster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Amersfoort), 16 april 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:1917
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst. Werkneemster mocht er op basis van berichten van werkgever van uitgaan dat zij de diensten van haar partner uit het systeem mocht verwijderen zonder consequenties.

Feiten

Werkneemster is per 1 oktober 2024 in dienst getreden bij Yzorg B.V. (hierna: Yzorg) in de functie van planner. Werkneemster plande zorgprofessionals in bij de diensten waarvoor de zorginstellingen uitvraag doen bij Yzorg. De partner van werkneemster werkt als zorgprofessional. In mei 2025 was er een inval van de Inspectie Jeugd Gezondheidszorg (IGJ) op het kantoor van Yzorg. Vervolgens bleek dat de IGJ aangifte had gedaan tegen tientallen zzp’ers die zonder geldige kwalificaties in de zorg werkten via bemiddelingsbureaus en dat aangifte tegen deze bureaus (waaronder Yzorg) werd overwogen. In oktober 2025 heeft werkneemster de diensten van haar partner voor de maand oktober verwijderd uit het systeem van Yzorg en overgezet naar een ander bemiddelingsbureau. Volgens Yzorg heeft werkneemster hiermee ernstig verwijtbaar gehandeld. De verwijderde diensten zouden deel uitmaken van een detachering die voor minimaal drie maanden voor 36 uur per week was vastgelegd. Yzorg stelt financieel te zijn benadeeld door het verwijderen van de diensten en het vertrouwen in werkneemster te zijn verloren. Volgens werkneemster werden er berichten gestuurd vanuit het bedrijf waar op dat moment een samenwerkingsovereenkomst mee bestond dat medewerkers van Yzorg moesten worden overgezet naar een ander bureau om hun diensten te kunnen blijven draaien. Volgens werkneemster had zij toestemming om de diensten over te zetten en heeft zij dit daarom gedaan. Bovendien was het niet mogelijk zonder toestemming om de diensten uit het systeem te verwijderen, stelt werkneemster. Yzorg verzoekt ontbinding op de e-grond, en subsidiair op de g-grond.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Er ligt geen opzegverbod aan ontbinding in de weg. Kennelijk wilde het zorgbedrijf als gevolg van de gebeurtenissen en de berichtgeving over Yzorg niet meer samenwerken, uit de verstrekte stukken blijkt dat dit het geval was. Uit de overeenkomst met de partner van werkneemster volgt dat beide partijen de overeenkomst tussentijds mogen beëindigen zonder opzegtermijn. Dat betekent dat de partner weg kon bij Yzorg wanneer hij dat wilde. Werkneemster heeft niet (ernstig) verwijtbaar gehandeld. Yzorg verwachtte van werkneemster dat zij vanuit haar functie planningen aanpaste op instructies van de opdrachtgever, want die waren leidend. Of een bepaalde medewerker op een dienst mocht worden ingepland hing af van de toestemming van de opdrachtgever. Van werkneemster werd dus verwacht dat zij zelfstandig mutaties doorvoerde als de opdrachtgever dat wenste. Dat heeft werkneemster in dit geval ook gedaan. De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsverhouding niet ernstig en duurzaam is verstoord. Werkneemster is transparant geweest over haar handelen en kon er gelet op de berichtgeving vanuit Yzorg van uitgaan dat zij de diensten uit het systeem mocht verwijderen. Er is geen reden om aan te nemen dat werkneemster bij toegang tot de systemen ‘zomaar’ opnieuw diensten uit het systeem zou verwijderen, tenzij daar een goede grond voor is. Dat er tussen partijen geen basis meer is voor een vruchtbare samenwerking is niet duidelijk geworden. De Arboarts heeft namelijk geadviseerd om mediation in te schakelen, maar er zijn nog geen mediationgesprekken tussen partijen gevoerd omdat Yzorg de procedure bij de kantonrechter wilde afwachten. Het is dus niet gebleken dat er geen mogelijkheid meer is om samen te werken en dat de arbeidsverhouding duurzaam en ernstig is verstoord. Bovendien is nog niet onderzocht of er geen mogelijkheid is tot herplaatsing voor werkneemster, al dan niet via een tweede spoor. Er is geen sprake van meerdere onvoldragen ontslaggronden (een i-grond). De arbeidsovereenkomst wordt niet ontbonden. YZorg wordt in de proceskosten veroordeeld.