Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 13 maart 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:2648
Vordering in verband met loon en toeslagen op grond van de cao particuliere beveiliging. Voor de vordering is deels kwijting verleend. Vordering gedeeltelijk toegewezen.

Feiten

Werkgever is actief in de beveiliging op het gebied van horeca en evenementen maar ook particuliere beveiliging. Werknemer is in de periode 1 augustus 2020 tot 1 november 2024 als oproepkracht werkzaam geweest bij werkgever in de functie van beveiliger, op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In 2023-2024 is een bodemprocedure gevoerd waarbij werkgever is veroordeeld achterstallig loon aan werknemer te betalen, de wettelijke verhoging, wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en de proceskosten. Vervolgens is er tussen partijen een geschil ontstaan. Medio augustus 2024 is namens werknemer een verzoekschrift tot vernietiging van ontslag op staande voet ingediend. Partijen, ieder bijgestaan door hun gemachtigde, zijn vervolgens in onderhandeling met elkaar getreden. Vervolgens is een vaststellingsovereenkomst  (VSO) tot stand gekomen, waarna de verzoekschriftprocedure is ingetrokken. In de VSO is bepaald dat ten tijde van het sluiten ervan er nog een geschil is over een eventuele toepassing van de cao Particulier Beveiliging (cao PB). Werknemer meent een loonvordering op werkgever te hebben gebaseerd op toeslagen uit deze cao. Partijen sluiten deze eventuele vordering nadrukkelijk uit van de finale kwijting. Partijen komen niet tot een oplossing van dit geschil. Werknemer vordert onder meer loon, vakantietoeslag, wettelijke verhoging, reiskostenvergoeding en onregelmatigheidstoeslag.

Oordeel

De kantonrechter past de Haviltex-norm toe. Wat waren de bedoelingen van partijen? Werknemer stelt dat hij heeft bedoeld om de toepassing van de cao PB (in z’n geheel) uit de finale kwijting te laten. Werkgever voert aan dat de definitieve tekst in de VSO is gebaseerd op de inhoud van de e-mail van 1 oktober 2024 van de gemachtigde van werknemer, waarin uitdrukkelijk is aangegeven dat een aanvullende loonvordering gebaseerd op toeslagen uit de cao PB dient te worden uitgesloten van de finale kwijting. Hoewel de tekst van de VSO bij de uitleg daarvan niet de enige factor is die meegewogen moet worden, is dat naar het oordeel van de kantonrechter wel een belangrijke factor. De kantonrechter acht de bewoordingen ‘gebaseerd op toeslagen uit de cao PB’ zuiver taalkundig niet voor meerderlei uitleg vatbaar. Weliswaar staat tussen partijen vast dat de gemachtigde van werkgever de VSO heeft opgesteld, maar werkgever heeft onbetwist gesteld dat de inhoud letterlijk is overgenomen uit de e-mail van 1 oktober 2024 van de gemachtigde van werknemer. De stelling van werknemer dat werkgever ondanks de inhoud van die e-mail had moeten begrijpen dat alle vorderingen gebaseerd op de cao PB dienden te worden uitgesloten van de finale kwijting, omdat werkgever dit uit de meegezonden uitspraak van 3 mei 2024 alsmede uit de daaropvolgende e-mail van 2 oktober 2024 had moeten opmaken, kan werknemer niet baten. Het ligt immers op de weg van een gemachtigde om de bedoeling van zijn cliënt zo concreet en duidelijk mogelijk weer te geven. Indien en voor zover de betreffende bepaling de bedoeling van werknemer niet op de juiste wijze weergaf, had het op de weg van zijn gemachtigde gelegen hierop te ageren. Dit leidt tot de conclusie dat werkgever gerechtvaardigd ervan uit mocht gaan of mocht begrijpen dat het de bedoeling van werknemer was om enkel de vorderingen gebaseerd op toeslagen uit de cao PB uit te sluiten van de finale kwijting. De loonvordering en de gevorderde vakantietoeslag, wettelijke verhoging en wettelijke rente worden afgewezen. De gevorderde reiskostenvergoeding wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen. Partijen zijn het erover eens dat de vordering met betrekking tot de onregelmatigheidstoeslag is uitgesloten van de finale kwijting. Deze vordering wordt toegewezen.