Naar boven ↑

Rechtspraak

Partijen twisten over de vraag of gedurende de inloop- en uitlooptijd van de werkzaamheden aanspraak op salaris kan worden gemaakt. Klachtplicht.

Feiten

Stichting St. Anna Zorggroep (hierna: Anna) is een brede zorggroep die een ziekenhuis exploiteert in Geldrop en Eindhoven, vier woonzorgcentra in Geldrop en Heeze en een medisch sportgezondheidscentrum in Eindhoven. Werkneemster is vanaf 6 september 2010 tot 1 maart 2025 in dienst geweest bij Anna in de functie van medewerkster beddencentrale B. Op 18 juli 2022 heeft zij zich ziek moeten melden en vanaf 4 juli 2024 heeft zij recht op een WIA-uitkering. Partijen hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten met betrekking tot de beëindiging van het dienstverband met daarin een finalekwijtingsbepaling, waarin is uitgezonderd een eventuele loonvordering ter zake van de tijd die werkneemster voor en na afloop van een dienst aanwezig was. Werkneemster vordert te weinig betaald salaris, vakantietoeslag, eindejaarsuitkering en PLB-uren. Werkneemster is van oordeel dat zij gedurende de periode dat zij bij Anna werkzaam was, altijd vijftien minuten voor aanvang van de werktijd en vijftien minuten na afloop van de werktijd aanwezig moest zijn. 

Oordeel  

Ter onderbouwing heeft werkneemster verschillende WhatsApp-berichten overgelegd van (oud-)medewerkers van Anna. Zij is van mening dat zij recht heeft op betaling van de extra gewerkte tijd van dertig minuten per dag en vordert daarom te weinig betaald salaris en emolumenten over de jaren 2019 (vanaf 16 december) tot en met 2024. Werkneemster verwijst daarbij naar het arrest van de Hoge Raad van 13 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1161. Anna voert aan dat er in de situatie van het arrest schriftelijke planningsregels waren, waarin met betrekking tot de werktijden exact was bepaald dat de werknemer zich altijd tien minuten voor aanvang van de dienst diende te melden. Dit werd gezien als een instructie van de werkgever. Anna betwist dat er in de periode vanaf december 2019 tot eind 2024 een verplichting bestond voor werkneemster om vijftien minuten voor aanvang en vijftien minuten na afloop van de dienst aanwezig te zijn. De kantonrechter is van oordeel dat voorbereidende werkzaamheden kunnen worden aangemerkt als (betaalde) arbeidstijd. Daarbij geldt wel dat er sprake moet zijn van een daadwerkelijk voorschrift van de werkgever en daadwerkelijke werkzaamheden. Het is aan de werknemer om te stellen en zo nodig te bewijzen dat daarvan sprake is. Volgens de kantonrechter is niet komen vast te staan dat er in het onderhavige geval sprake is van een voorschrift (in bijvoorbeeld een reglement) om vijftien minuten voor aanvang van de dienst aanwezig te zijn om de schoonmaakkar klaar te maken en na afloop nog vijftien minuten te blijven om de spullen op te ruimen. De stelplicht en bewijslast van de extra arbeidstijd en van het bestaan van een voorschrift liggen bij werkneemster en daar heeft zij niet aan voldaan. Alle vorderingen van werkneemster die zijn gebaseerd op de extra gewerkte tijd van in totaal dertig minuten per dag worden afgewezen. De kantonrechter komt niet toe aan een inhoudelijke behandeling van de nog door Anna gevoerde verweren dat werkneemster niet aan de klachtplicht van artikel 6:89 BW heeft voldaan en dat de vordering voor de transitievergoeding gelet op het bepaalde in artikel 7:686a lid 4 BW te laat is ingediend.