Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Overdie Metals B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 8 april 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:3678
Bonus is loonbestanddeel en telt mee bij de berekening van de waarde van uit te betalen vakantie‑uren (met een referteperiode van drie jaar); het werkgeversdeel pensioenpremie telt niet mee, zodat werknemer een aanvullende uitkering van € 7.383,34 bruto ontvangt.

Feiten

Werknemer is van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2024 op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst geweest bij Overdie Metals B.V. (hierna: Overdie) als algemeen directeur, tegen een laatstverdiend salaris van € 10.500 bruto per maand. De arbeidsovereenkomst is met wederzijds goedvinden beëindigd via een vaststellingsovereenkomst (VSO). In de VSO is onder meer bepaald dat bij de eindafrekening 367,25 openstaande vakantie‑uren zullen worden uitbetaald, dat Overdie de pensioenregeling zal afwikkelen en dat een eventuele bonus over 2024 wordt geacht te zijn inbegrepen in de transitie- en beëindigingsvergoeding. Na het einde van het dienstverband heeft Overdie een eindafrekening opgesteld en de openstaande vakantie‑uren uitbetaald op basis van uitsluitend het bruto‑uurloon van werknemer. Werknemer heeft vervolgens per e‑mail laten weten dat de waarde van de vakantie‑uren volgens hem onjuist is berekend en dat hij aanspraak gemaakt op nabetaling. Hij stelt dat per vakantie‑uur niet alleen het bruto‑uurloon, maar ook vakantietoeslag, eindejaarsuitkering, bonus en werkgeversdeel pensioenpremie moeten worden meegenomen en vordert op die basis een aanvullende betaling van € 14.186,87 bruto, te vermeerderen met wettelijke rente en wettelijke verhoging. Overdie betwist dit en stelt dat zij de vakantie‑uren correct heeft afgerekend: volgens haar tellen alleen vaste loonbestanddelen (uurloon, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering) mee, niet de variabele bonus en niet het werkgeversdeel pensioenpremie. Partijen twisten daarmee over de vraag welke looncomponenten bij de berekening van de waarde van een vakantie‑uur moeten worden betrokken.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Waarde van een vakantie‑uur
Uit artikel 7:639 BW en artikel 7 van Richtlijn 2003/88/EG volgt dat werknemer tijdens vakantie recht heeft op “loon”, zoals uitgelegd door het Hof van Justitie: het gebruikelijke loon omvat het vaste salaris en alle looncomponenten die intrinsiek samenhangen met de opgedragen taken en de professionele/persoonlijke status van de werknemer. Alleen zuivere kostenvergoedingen vallen daarbuiten. De bonus van werknemer kwalificeert als onderdeel van het loon. De bonus is bij Overdie afhankelijk van inzet/prestaties van de werknemer en van de bedrijfsresultaten. Gezien de functie van werknemer als algemeen directeur kunnen de bedrijfsresultaten niet los worden gezien van zijn inspanningen, zodat de bonus een looncomponent vormt die intrinsiek samenvalt met zijn functie en status. Dat toekenning formeel “discretionair” is, doet daaraan onvoldoende af. Bovendien heeft werknemer in twee van de drie dienstjaren (2022 en 2023) een bonus ontvangen, wat wijst op een structureel karakter; ook de formulering in de VSO over een eventuele bonus over 2024 ondersteunt dat. De bonus moet daarom worden meegenomen in de waarde van een vakantie‑uur. De hoogte van de bonuscomponent wordt berekend over een referteperiode van drie jaar: de feitelijk uitbetaalde bonussen over 2022 en 2023 (€ 35.000 en € 50.000) worden uitgesmeerd over 36 maanden, mede omdat over 2024 geen bonus is vastgesteld en werknemer vanaf eind juni 2024 vrijgesteld was van werkzaamheden. Dit leidt tot een maandgemiddelde bonus van € 2.361 en, bij een maandomvang van 173,33 uur, tot een bonuscomponent van € 13,62 per vakantie‑uur.

Het werkgeversdeel van de pensioenpremie behoort daarentegen niet tot het vakantieloon. Dit deel wordt door werkgever rechtstreeks aan de pensioenuitvoerder afgedragen en niet als loonbestanddeel aan werknemer uitbetaald. Indien werknemer vakantie had opgenomen, zou hij geen afzonderlijke betaling van het werkgeversdeel hebben ontvangen; werkgever heeft de premie afgedragen over de periode waarin werknemer werkte in plaats van vakantie opnam. Door het niet uitbetalen van het werkgeversdeel over niet-genoten vakantiedagen komt werknemer niet in een slechtere positie terecht. Het werkgeversdeel pensioenpremie hoeft daarom niet te worden meegenomen in de waarde van een vakantie‑uur.

Overdie erkent dat vakantietoeslag en eindejaarsuitkering tot het vakantieloon behoren. De door werknemer daarvoor berekende bedragen (vakantietoeslag € 5,19 per uur, eindejaarsuitkering € 6,48 per uur) zijn niet afzonderlijk bestreden en worden als juist aangenomen.