Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 31 maart 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:1735
Feiten
Werkneemster is op 5 maart 2025 in dienst getreden bij Zonduurzaam B.V. Met ingang van 4 april 2025 is sprake van een nulurencontract met een looptijd van zes maanden. In totaal heeft werkneemster van week 10 tot en met week 17 236,25 uur gewerkt. Op 28 april 2025 (week 18) heeft werkneemster zich ziekgemeld. Werkneemster heeft zich niet meer beter gemeld en Zonduurzaam heeft haar ook niet meer ingepland en opgeroepen. Werkneemster vordert veroordeling van Zonduurzaam tot betaling van achterstallig loon.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen twisten over de vraag of zij een vaste arbeidsomvang van 40 uur zijn overeengekomen. Werkneemster stelt primair dat dit het geval is en zij met Zonduurzaam heeft afgesproken dat zij 40 uur per week werd opgeroepen. Volgens werkneemster heeft zij die uren ook gewerkt. De kantonrechter overweegt dat niet is gebleken dat werkneemster 40 uur per week heeft gewerkt. Uit het urenoverzicht volgt juist dat werkneemster voor haar ziekmelding geen enkele week 40 uur heeft gewerkt. Daar komt bij dat werkneemster onvoldoende heeft onderbouwd dat zij met Zonduurzaam heeft afgesproken dat zij 40 uur per week zou worden opgeroepen. Werkneemster heeft dan ook geen recht op loon op basis van 40 uur per week. Evenmin is komen vast te staan dat werkneemster een beroep kan doen op het vermoeden van een bepaalde arbeidsomvang, aangezien het geschil tussen partijen over de arbeidsomvang al is gerezen voordat werkneemster drie maanden voor Zonduurzaam had gewerkt. Afwijzing van de loonvordering volgt.
