Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/NVF Production B.V.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Lelystad), 23 februari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:813
Werknemer ten onrechte op staande voet ontslagen. Niet is komen vast te staan dat hij een ongekwalificeerde collega een machine liet beheren.

Feiten

Werknemer is sinds 11 maart 2019 in dienst bij NVF Production B.V. (hierna: NVF). Op 19 september 2025 is werknemer op staande voet ontslagen, vanwege het herhaaldelijk weigeren de overeengekomen werkzaamheden uit te voeren en het niet naar behoren verrichten van het werk. Werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet. NVF verzoekt de kantonrechter voorwaardelijk de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Geen rechtsgeldig ontslag op staande voet

De door NVF genoemde redenen voor het ontslag zijn niet komen vast te staan. Werknemer betwist de verwijten die hem worden gemaakt. Volgens werknemer kwam de bestuurder van NVF op 19 september 2025 in opgewonden toestand de werkvloer op. Er ontstond een discussie over waarom een andere medewerker aan de machine aan het werk was. Werknemer werd daarna weggestuurd, maar volgens hem zonder reden. De dag erna ontving werknemer de ontslagbrief. Werknemer voert aan dat hij niet heeft geweigerd de overeengekomen werkzaamheden uit te voeren en dat hij zijn werk altijd goed deed. Hij heeft nooit een waarschuwing ontvangen. NVF stelt dat werknemer is ontslagen, omdat hij (wederom) een ongekwalificeerde collega de machine liet beheren. Deze stelling heeft zij echter niet onderbouwd met stukken of verklaringen. NVF heeft verder geen enkele waarschuwingsbrief of iets anders overgelegd waaruit de door haar in de ontslagbrief gestelde dringende redenen zouden blijken. NVF heeft dus niet voldaan aan haar stelplicht, waardoor de gestelde dringende reden niet is komen vast te staan. Omdat er geen sprake is van een dringende reden, kan het ontslag op staande voet niet in stand blijven. Het ontslag wordt vernietigd. Werknemer heeft recht op doorbetaling van loon vanaf 19 september 2025.

Geen ontbinding arbeidsovereenkomst

De kantonrechter oordeelt dat er geen redelijke grond is voor ontbinding. Ten aanzien van de door NVF gestelde verstoorde arbeidsverhouding overweegt de kantonrechter dat voor zover de samenwerking stroef liep, van een werkgever mag worden verwacht dat een poging wordt gedaan de samenwerking te verbeteren. Daarvan is niet gebleken. Dat werknemer na het ontslag op staande voet geen inspanning heeft geleverd om de arbeidsrelatie te herstellen, is onvoldoende om nu te spreken van een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Partijen zullen met elkaar in gesprek moeten. Afwijzing van het ontbindingsverzoek volgt.