Naar boven ↑

Rechtspraak

Gemeente Amsterdam/werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 13 december 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:9022
Verstekvonnis. Arbeidsovereenkomst medewerker dienstverlening gemeente Amsterdam ontbonden op de e-grond na tekortschieten werknemer in re-integratieverplichtingen.

Feiten

Werknemer is per 1 juli 2006  in dienst getreden bij de gemeente Amsterdam, en was laatstelijk werkzaam in de functie van medewerker dienstverlening E. Werknemer heeft zich per 1 februari 2023 ziekgemeld. Het UWV heet op 19 augustus 2024 geoordeeld dat de re-integratieinspanningen van werknemer onvoldoende zijn. Vanaf 22 augustus 2024 is werknemer weer begonnen werkzaamheden uit te voeren. Vanaf die datum is ook de loonstop opgeheven. Op 27 augustus 2024 deed zich een incident voor waarbij werknemer schreeuwde tegen collega’s, wat leidde tot een officiële waarschuwing. Aangezien de arbeidsongeschiktheid inmiddels langer dan 80 weken heeft geduurd, moest werknemer een WIA-aanvraag indienen. Werknemer heeft dit nagelaten. Ook afspraken in verband met het tweede spoor heeft werknemer niet nagekomen. De gemeente Amsterdam heeft werknemer op 13 november 2024 geïnformeerd dat zijn salarisbetaling weer werd stopgezet. Die loonstop duurt nog altijd voort. De gemeente verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-grond. Volgens de gemeente voldoet werknemer al langere tijd niet aan de verplichtingen in het kader van zijn re-integratie, zoals beschreven in artikel 7:660a BW. Werknemer is bij herhaling verzocht en gewaarschuwd zich anders op te stellen en zijn re-integratieverplichtingen na te komen, maar dat heeft niets opgeleverd. Ook is zijn loon opgeschort en meermalen stopgezet. Daarnaast heeft werknemer zich ongepast gedragen door onder meer te gaan schreeuwen tegen collega’s op 27 augustus 2024. Dit levert volgens de gemeente (ernstig) verwijtbaar handelen op, als gevolg waarvan voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet meer mogelijk is en in redelijkheid ook niet van de gemeente Amsterdam kan worden gevergd. Herplaatsing van werknemer ligt daarbij niet in de rede.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het verzoek is (mede) gebaseerd op (ernstig) verwijtbaar handelen van werknemer tijdens ziekte, zodat de gemeente Amsterdam moet voldoen aan de in dat verband geldende voorwaarden van artikel 7:671b lid 5 BW. Zij heeft werknemer meermalen schriftelijk gemaand mee te werken aan zijn re-integratie en de redelijke voorschriften, die in overeenstemming zijn met het advies van de bedrijfsarts, op te volgen. Omdat werknemer geen gevolg gaf aan deze waarschuwingen heeft de gemeente meermalen het loon gestaakt, waarmee is voldaan aan sub a van dat artikel. Ingevolge sub b moet de gemeente beschikken over een verklaring ter zake van een deskundige als bedoeld in artikel 7:629a BW, tenzij het overleggen van deze verklaring in redelijkheid niet van haar kan worden gevergd. Deze verklaring is noodzakelijk om de gedane inspanningen van de werknemer ten behoeve van de re-integratie te kunnen beoordelen. De gemeente Amsterdam heeft daaraan voldaan. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op de e-grond. Omdat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, maakt werknemer geen aanspraak op de transitievergoeding. De proceskosten worden gecompenseerd.