Naar boven ↑

Rechtspraak

ondernemingsraad/werkgever
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 14 november 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:15750
De kantonrechter oordeelt dat de door werkgeefster aangebrachte wijzigingen geen wijziging van het beloningssysteem vormen in de zin van artikel 27 WOR, zodat geen instemming van de ondernemingsraad was vereist.

Feiten

Werkgeefster kent twee variabele beloningsregelingen, te weten het ‘SIP’ (Sales Incentive Plan), bestemd voor werknemers met een functie in de verkoop en ondersteunende commerciële functies, en het ‘AEIP’ (Annual Employee Incentive Plan), bestemd voor werknemers die niet onder het bereik van het SIP vallen. De Ondernemingsraad stelt zich op het standpunt dat de door werkgeefster doorgevoerde wijzigingen in het beloningssysteem nietig zijn, omdat de ondernemer hiervoor geen instemming heeft gevraagd aan de ondernemingsraad.

Oordeel

Op grond van artikel 27 WOR heeft een ondernemer voor elk door hem voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van een beloningssysteem die instemming van zijn ondernemingsraad nodig, voor zover het besluit betrekking heeft op alle of een groep van de in de onderneming werkzame personen. Ten aanzien van de prestatieafhankelijke salarisverhoging is duidelijk dat het hier gaat om een besluit van algemene strekking, nu het alle werknemers van werkgeefster raakt. Naar het oordeel van de kantonrechter is, anders dan de ondernemingsraad heeft betoogd, van een wijziging van het beloningssysteem geen sprake als (de moeder van) de ondernemer, zoals hier, uit bedrijfseconomische overwegingen besluit in enig jaar later of in het geheel geen toepassing te geven aan de onderhavige regeling. Verder wordt geoordeeld dat deze aanspraak op een jaarlijkse salarisverhoging betrekking heeft op een primaire arbeidsvoorwaarden, die de wetgever niet heeft beoogd onder het instemmingsrecht te laten vallen. Werkgeefster had voor het bestreden besluit ten aanzien van de prestatieafhankelijke salarisverhoging dan ook geen instemming van de ondernemingsraad nodig. Daarnaast is het zo dat werkgeefster heeft besloten het SIP zo te wijzigen dat de daaronder vallende werknemers een drempel van 80% On Target Earnings moeten halen om (maar) 50%  – eerder was dat 75% – van deze variabele beloning uitgekeerd te krijgen terwijl die andere 50% moet worden verdiend met het halen van de laatste 20% van het target. Zo verlangt werkgeefster nu een betere prestatie van deze werknemers om tot een gelijke beloning te komen. De kantonrechter komt tot het oordeel dat werkgeefster voor het gewraakte besluit niet de instemming van de ondernemingsraad nodig had. Daartoe wordt allereerst overwogen dat uit hetgeen partijen hebben aangevoerd, is gebleken dat daardoor de groep werknemers die voor een SIP-bonus in aanmerking komt, ongewijzigd gebleven is terwijl werkgeefster onweersproken heeft gesteld dat de aangepaste doelstellingen ook haalbaar zijn. Verder is niet gebleken dat werkgeefster met dat besluit iets anders (zoals het aanbrengen van een wijziging van de onderlinge rangorde van de beloningen) heeft beoogd dan om haar werknemers te prikkelen betere verkoopresultaten te realiseren. De ondernemingsraad heeft toegelicht dat werkgeefster het AEIP en dan in het bijzonder de ‘targetsetting’ daarvan, heeft gewijzigd. Bij de mix van de te realiseren doelstellingen is hierdoor niet meer voldoende dat de range tussen de minimale en maximale winstverwachting wordt behaald. Naast ook hier het verweer dat het een niet aan haar toe te rekenen besluit van de moedermaatschappij betreft, heeft werkgeefster toegelicht dat de AEIP-regeling jaarlijks wordt toegepast binnen een vaste systematiek en dat het systeem (ook) voor het jaar 2025 niet is gewijzigd. Ook op dit onderdeel, aangenomen dat het aangevallen besluit werkgeefster toegerekend kan worden, oordeelt de kantonrechter dat zij geen instemming van de ondernemingsraad daarvoor nodig had. Duidelijk is ook hier dat het besluit gevolgen zal hebben voor de hoogte van de bonus waarop een werknemer aanspraak heeft, maar niet gebleken is dat daardoor ook de onderlinge rangorde van de beloningen binnen de betrokken groep werknemers wijzigt.