Naar boven ↑

Rechtspraak

Vorderingen werknemer tot herplaatsing in oude functie in kort geding afgewezen.

Feiten

Werknemer is per 17 juni 2007 in dienst getreden bij de gemeente Amsterdam. Werknemer stelt met betrekking tot zijn vorderingen dat zijn eigen functie financieel adviseur OJZ/Zorg Wmo openeinde regelingen is en hij dus na hersteld te zijn, op die functie op zijn eigen werkplek weer tewerkgesteld dient te worden. Nu de gemeente Amsterdam dat weigert, heeft werknemer belang bij een veroordeling daartoe. Werknemer vordert  als voorziening  veroordeling van de gemeente Amsterdam tot tewerkstelling in zijn eigen functie en de daarbij behorende gebruikelijke werkzaamheden bij OJZ/Zorg Wmo. De gemeente Amsterdam voert als verweer aan dat het Team OJZ/Zorg, zoals dat bestond voordat werknemer ziek werd, nu niet meer bestaat. De sinds 2015 voorbereide reorganisatie is inmiddels doorgevoerd. Kennelijk is werknemer het niet eens met die reorganisatie, maar de wijzigingen zijn steeds in goed overleg met alle betrokken adviesorganen (waaronder de medezeggenschap) voorbereid en doorgevoerd. Werknemer dient zich daarbij neer te leggen. Werknemer is na zijn ziekte in zijn oude functie herplaatst, alleen niet op dezelfde werkplek. Maar dat betekent niet dat werknemer in een andere functie te werk is gesteld. De inrichting van de organisatie is immers aan de werkgever, die mag - binnen redelijke grenzen - bepalen waar de werknemer zijn werkzaamheden verricht. De gemeente Amsterdam heeft aldus gebruikgemaakt van het haar toekomende instructierecht. De functie van werknemer is dus niet gewijzigd. Anders dan werknemer bepleit, is zijn functie niet “financieel adviseur OJZ/Zorg WMO”, maar financieel adviseur (formeel genaamd beleidsmedewerker D) en dergelijke adviseurs kunnen allemaal binnen de hele organisatie van de gemeente Amsterdam worden ingezet. Daarbij is de gemeente Amsterdam voornemens alle tweehonderd financieel adviseurs eens in de vijf jaar te laten rouleren, om ‘een frisse blik’ te behouden. Na de zitting voor de bestuursrechter heeft de gemeente Amsterdam nog overleg gevoerd met de teamleider OJZ/Zorg om te bezien of aan de klaarblijkelijke wens van werknemer om op het terrein van de Wmo werkzaam te zijn tegemoet kon worden gekomen, maar die had voor werknemer op dit moment geen ruimte.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter overweegt dat zij uit de thans ingebrachte stukken niet kan vaststellen wat precies de overeengekomen functie van werknemer is. Zijn aanstellingsbrief/-besluit is niet ingebracht. Dat werknemer voor zijn ziekte feitelijk al langere tijd binnen of bij het team OJZ/Zorg werkte en binnen dat team vooral belast was met de uitvoering van de WMO/openeinde regelingen, brengt niet mee dat die specifieke werkzaamheden op zijn voormalige fysieke werkplek ook de overeengekomen functie betreffen. Daarvoor is nader onderzoek naar de feiten nodig en daar leent deze procedure zich niet voor.  Onbetwist is voorts gebleven dat werknemer bij het team OJZ/Zorg feitelijk dezelfde werkzaamheden verrichtte als hij nu bij het team Stadsdeel Oost doet, namelijk advisering bij het opstellen van de jaarrekening, de begroting en overig financieel advies. Alleen het onderwerp van de advisering is gewijzigd; dat de inhoud van het werk wezenlijk anders is, is niet gesteld of gebleken. Daarbij komt dat een arbeidsovereenkomst geen statisch iets is, maar dat een wijziging in de organisatie een wijziging in de werkplek of een deel van de werkzaamheden kan meebrengen. Een wijziging in de werkzaamheden kan de werknemer weigeren indien aanvaarding in redelijkheid niet van hem te vergen is. Welk redelijk belang werknemer heeft bij terugplaatsing op zijn oude werkplek bij OJZ/Zorg is niet voldoende duidelijk geworden, anders dan dat hij het graag wil om zich verder (alleen) met de WMO bezig te houden. Dat alles betekent dat de vordering van werknemer zal worden afgewezen. De vordering ten aanzien van een voorschot op buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen, aangezien er redelijke twijfel bestaat over de vraag of plaatsing van werknemer op zijn oude werkplek de enige juiste beslissing is. Werknemer wordt in de proceskosten veroordeeld.