Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Den Haag (Locatie Gouda), 19 maart 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:6278
Vordering van werkneemster die lijdt aan het syndroom van De Quervain, CMC-1 artrose en reumatoïde artritis op grond van werkgeversaansprakelijkheid wordt afgewezen. Arbeidsrechtelijke omkeringsregeling niet van toepassing.

Feiten

Werkneemster is op 6 juni 2016 op basis van een uitzendovereenkomst tewerkgesteld bij (de rechtsvoorganger van) werkgeefster en was werkzaam op de afdeling Buitenlandse Kaas. Vanaf 4 december 2017 is werkneemster op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst getreden bij werkgeefster als medewerkster verpakking A. Op 18 maart 2019 heeft werkneemster zich ziekgemeld. In de probleemanalyse van de bedrijfsarts van 26 september 2019 is opgenomen dat het verzuim van werkneemster niet werkgerelateerd is. Op 13 juli 2021 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Op 31 maart 2023 heeft werkneemster werkgeefster aansprakelijk gesteld op grond van werkgeversaansprakelijkheid. Daarna heeft onderzoek plaatsgevonden naar de arbeidsomstandigheden bij werkgeefster. Ook is medisch advies uitgebracht, waaruit volgt dat bij werkneemster sprake is van klachten aan beide handen (het syndroom van De Quervain, CMC-1 artrose en reumatoïde artritis) die – volgens haar – het gevolg zijn van haar werkzaamheden bij werkgeefster. In onderhavige procedure vordert werkneemster onder meer dat de kantonrechter voor recht verklaart dat werkgeefster aansprakelijk is voor de schade die werkneemster heeft geleden tijdens haar dienstverband, nader op te maken bij staat.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Kern van het geschil betreft de vraag of werkgeefster op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor de schade die werkneemster in de uitoefening van haar werkzaamheden stelt te hebben geleden. Het gaat in deze zaak om het syndroom van De Quervain, CMC-1 artrose en reumatoïde artritis. Deze aandoeningen hebben een multicausaal ziektebeeld. Bij gezondheidsschade die niet is veroorzaakt door een arbeidsongeval, zoals bij beroepsziekten, is niet altijd duidelijk of de oorzaak werkgerelateerd is. Om de werknemer tegemoet te komen in zijn stelplicht en bewijslast, hanteert de Hoge Raad de zogenoemde arbeidsrechtelijke omkeringsregel. Partijen zijn verdeeld over het antwoord op de vraag of deze arbeidsrechtelijke omkeringsregel van toepassing is. Daarvoor moet werkneemster stellen en aannemelijk maken dat zij (1) bij het verrichten van haar werkzaamheden is blootgesteld aan omstandigheden die schadelijk kunnen zijn voor haar gezondheid, en (2) dat zij lijdt aan een ziekte of gezondheidsklachten die door de blootstelling kunnen zijn veroorzaakt. Hoewel niet ter discussie staat dat het werk dat werkneemster verrichtte fysiek zwaar was, is de kantonrechter van oordeel dat werkneemster de blootstelling aan schadelijke werkomstandigheden onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt (eerste vereiste). De hiervoor door werkneemster overgelegde getuigenverklaringen van (oud-)werknemers van werkgeefster zijn onvoldoende. Verder geldt dat, zelfs al zou van de door werkneemster geschetste werkomstandigheden worden uitgegaan, werkneemster geen stukken over heeft gelegd waaruit blijkt dat de werkomstandigheden ook schadelijk konden zijn voor de gezondheid. Werkneemster heeft naar het oordeel van de kantonrechter daarnaast niet aannemelijk gemaakt dat haar klachten kunnen zijn veroorzaakt door de werkomstandigheden (tweede vereiste). Vast staat weliswaar dat bij werkneemster De Quervain, CMC-1 artrose en reumatoïde artritis is vastgesteld, maar werkneemster heeft geen medische stukken overgelegd waaruit volgt dat deze aandoeningen door de werkomstandigheden kunnen zijn veroorzaakt. Gezien dit alles oordeelt de kantonrechter dat een oorzakelijke relatie tussen de klachten van werkneemster en de werkomstandigheden bij werkgeefster op basis van het huidige dossier niet kan worden vastgesteld. Het voorgaande leidt ertoe dat de arbeidsrechtelijke omkeringsregel in dit geval niet van toepassing is en de vorderingen van werkneemster worden afgewezen.