Naar boven ↑

Rechtspraak

Werkgeversaansprakelijkheid: als de trap ten tijde van het ongeval glad was geworden als gevolg van verbouwingswerkzaamheden is er sprake van een meer dan alledaags risico.

Feiten

Werkneemster is op 12 maart 2013 bij Trescal in dienst getreden. Vanaf 20 oktober 2020 hebben verbouwingswerkzaamheden plaatsgevonden in het bedrijfspand van Trescal, waarover werknemers per e-mails zijn geïnformeerd. Op maandag 19 april 2021 overkwam werkneemster een ongeval (hierna: het ongeval), terwijl zij met een collega een werkgerelateerd telefoongesprek voerde. Werkneemster wilde met de trap en zette haar rechtervoet op de eerste trede van het bovenste deel, maar haar linkervoet gleed weg toen zij naar de tweede trede stapte. Als gevolg van het ongeval heeft werkneemster letsel opgelopen. Werkneemster heeft zich op 23 april 2021 ziek gemeld en bij brief van 9 september 2021 Trescal aansprakelijk gesteld. AXA XL is de aansprakelijkheidsverzekeraar van Trescal. Trescal c.s. hebben geen aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Werkneemster heeft, samengevat weergegeven, in eerste aanleg een verklaring voor recht gevorderd dat Trescal aansprakelijk is. In eerste aanleg heeft de kantonrechter geoordeeld dat als vast komt te staan dat de trap glad was door stof en/of gruis als gevolg van de verbouwingswerkzaamheden de trap gevaarlijker was dan normaal. In dat geval zijn de door Trescal genomen maatregelen onvoldoende geweest en is zij haar zorgplicht voor de veiligheid van haar werknemers niet voldoende nagekomen. De kantonrechter heeft Trescal toegelaten te bewijzen wat de staat van de trap was ten tijde van het ongeval. Trescal c.s. bestrijden in hoger beroep met een grief de beoordelingsmaatstaf die de kantonrechter heeft toegepast. 

Oordeel

Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat het gebruikmaken van een gewone vaste trap in een bedrijfspand op zichzelf genomen geen activiteit is die noopt tot het geven van nadere instructies of het treffen van nadere of specifieke maatregelen. Dit zou anders kunnen zijn als de trap, bijvoorbeeld als gevolg van de specifieke inrichting of het materiaal daarvan, de omstandigheden waaronder moest worden gewerkt of door vervuiling met stof en/of gruis, een meer dan alledaags risico in het leven zou roepen. In dit geval is in geschil of de trap ten tijde van het ongeval glad was geworden als gevolg van verbouwingswerkzaamheden en daardoor een meer dan alledaags risico aan de orde was. De kantonrechter heeft terecht overwogen dat het van belang is dat duidelijkheid wordt verkregen over de staat van de trap ten tijde van het ongeval, omdat mede daarvan afhangt of werkgeefster aan haar zorgplicht heeft voldaan. Overeenkomstig haar bewijsaanbod is Trescal de gelegenheid gegeven te bewijzen wat de staat van de trap was ten tijde van het ongeval, alsmede om haar (primaire) stelling te bewijzen dat de trap niet glad was door stof en/of gruis als gevolg van de verbouwingswerkzaamheden. Met hun grief betogen Trescal c.s. dat de kantonrechter te hoge eisen heeft gesteld aan de zorgplicht die zij in acht hadden moeten nemen. Naar het oordeel van het hof berust de grief van Trescal c.s. op een onjuiste lezing van het tussenvonnis. Naar het oordeel van het hof is de kantonrechter er vooralsnog van uitgegaan dat als komt vast te staan dat de trap glad was door stof en/of gruis door verbouwingswerkzaamheden en daardoor gevaarlijker was dan normaal en werkneemster daardoor ten val is gekomen, Trescal haar zorgplicht niet voldoende is nagekomen, omdat in dat geval verdergaande maatregelen mogelijk en ook te vergen waren dan die door Trescal zijn getroffen. Of de trap daadwerkelijk zo gevaarlijk was dat verdergaande maatregelen getroffen hadden moeten worden, heeft de kantonrechter niet vastgesteld. Dat is ook in lijn met de opzet van het tussenvonnis.