Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 17 maart 2026
ECLI:NL:GHDHA:2026:440
De arbeidsovereenkomst van een advocaat-stagiaire is vanwege de met toestemming van de raad van toezicht van de plaatselijke Orde van Advocaten gegeven opzegging rechtsgeldig tot een einde gekomen.

Feiten

Werkneemster werkt sinds 1 april 2024 bij werkgever als advocaat-stagiaire. Werkneemster heeft zich ziekgemeld. Werkgever heeft haar een loonstop opgelegd. De loonstop wordt bij e-mail van 28 juli 2025 aan werkneemster gecommuniceerd en geeft als reden dat zij niet heeft bevestigd dat zij aan mediation zal meewerken. Werkgever schrijft dat het loon wordt stopgezet tot het moment dat werkneemster alsnog meewerkt aan mediation. De loonstop is doorgevoerd voor het loon over de maand augustus en tot 17 september 2025. Vanaf laatstgenoemde datum heeft werkgever de loonbetaling hervat. Werkgever schrijft op 8 oktober 2025 aan werkneemster dat de raad van toezicht van de plaatselijke Orde van Advocaten (hierna: ‘de raad van toezicht’) goedkeuring heeft gegeven voor het beëindigen van het patronaat over werkneemster, waarmee de stage per 9 oktober 2025 eindigt. Werkneemster heeft hierop een kort geding bij de kantonrechter aanhangig gemaakt. De kantonrechter heeft de vorderingen van werkneemster tot betaling van het loon tijdens de loonstop en betaling van het loon na 9 oktober 2025 afgewezen.

Oordeel

Loon vanaf 9 oktober 2025

Het hof oordeelt als volgt. Het debat tussen partijen spitst zich toe op de vraag of werkneemster een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft die nog doorloopt dan wel een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft die door het einde van haar advocatenstage is geëindigd. In de per 1 april 2025 tussen werkneemster en werkgever overeengekomen arbeidsovereenkomst is bepaald dat het aanbod van werkgever ziet op indiensttreding als advocaat-stagiaire, dat het dienstverband geldt voor bepaalde tijd, te weten voor de tijd die ‘in beginsel gelijk is aan de duur van je stage’ en dat het dienstverband eindigt ‘op de dag dat je stage eindigt’. Daaruit volgt dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd was: de duur van het dienstverband is door partijen gekoppeld aan de duur van de advocatenstage. De stage is vanwege de met toestemming van de raad van toezicht gegeven opzegging rechtsgeldig tot een einde gekomen. Naar het voorlopig oordeel van het hof is met het einde van de stage ook van rechtswege het einde van de arbeidsovereenkomst gegeven, zoals werkgever bij brief van 8 oktober 2025 terecht aan werkneemster heeft bericht.

Loonstop

Werkgever heeft voor wat betreft het loon over de periode van de maand augustus tot en met 17 september 2025 een loonstop doorgevoerd, kort gezegd omdat werkneemster niet heeft meegewerkt aan mediation. Werkneemster stelt dat deze loonstop ten onrechte is doorgevoerd omdat de bedrijfsarts aanvankelijk geen mediation heeft geadviseerd, althans heeft geadviseerd dat eerst een ‘gewoon’ gesprek tussen werkgever en werknemer moest plaatsvinden. Het hof onderschrijft het voorshands oordeel van de kantonrechter dat het tegen de achtergrond van de ernstig verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen begrijpelijk is dat werkgever er geen vertrouwen meer in had dat op dat moment de verhoudingen tussen partijen met een enkel gesprek nog zouden kunnen worden vlot getrokken. De slotsom is dat de loonstop naar voorlopig oordeel terecht is opgelegd.