Rechtspraak
Feiten
Werknemer is op 1 juli 2023 in dienst getreden bij werkgeefster als bedrijfsarts ANIOS. Werknemer had de beschikking over een leaseauto. De arbeidsovereenkomst is door werknemer opgezegd tegen 1 juli 2025. Werkgeefster heeft de opzegging bevestigd bij brief van 2 juni 2025. In deze brief heeft werkgeefster voorts aan werknemer laten weten dat zij een overzicht zal sturen van de kosten van de beëindiging van het leasecontract. In een brief van 6 juni 2025 heeft werkgeefster aangegeven dat werknemer een bedrag van € 16.683,30 exclusief btw aan afkoopsom moet betalen. Bij de betaling van het loon over juni 2025 is een bedrag van € 3.521,68 ingehouden in verband met de beëindiging van de leaseovereenkomst. De auto is nog niet teruggegaan naar de leasemaatschappij; een van de directeuren van werkgeefster rijdt in de auto. Werknemer vordert een verklaring voor recht dat hij niet gehouden is tot terugbetaling van de leasekosten.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen verschillen van mening over de geldigheid van de leaseautoregeling en de vraag of werknemer een afkoopsom moet betalen. De kantonrechter stelt voorop dat het de werkgever in beginsel is toegestaan om met de werknemer af te spreken dat de kosten van de leaseauto bij voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werknemer voor rekening komen van de werknemer zelf. Het Hof Amsterdam oordeelde dat een dergelijke afspraak naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is en dat de werkgever nakoming van deze afspraak kan vorderen (vgl. Hof Amsterdam 31 juli 2012, JAR 2012/41). Het is dan wel vereist dat de afspraken duidelijk worden vastgelegd en aan de werknemer kenbaar worden gemaakt. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter gebeurd. De afspraken liggen vast in de voor de indiensttreding aan werknemer toegestuurde leaseautoregeling. Hiermee wist werknemer dat hij een afkoopsom moest betalen dan wel de resterende leasetermijnen, bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst op eigen initiatief. Werknemer is gebonden aan de leaseregeling. Dit betekent niet automatisch dat de vordering van werkgeefster toewijsbaar is. Uit artikel 7:611 BW volgt dat bij voortijdige beëindiging van de leaseovereenkomst de werkgever zal moeten waken voor de belangen van de werknemer en op zijn minst een deugdelijke specificatie zal moeten opvragen en beoordelen of de in rekening gebrachte afkoopsom is berekend conform de leaseovereenkomst. Dit heeft onder meer het Hof Arnhem-Leeuwarden in zijn uitspraak van 16 februari 2016 beslist. Ter onderbouwing van haar schade heeft werkgeefster een brief van Wealerlease van 23 mei 2025 overgelegd. Wealerlease bepaalt de afkoopsom op € 16.683,30 exclusief btw per 1 juli 2025. De kantonrechter is van oordeel dat deze vordering (nu nog) niet kan worden toegewezen. De afkoopsom is namelijk berekend op een beëindiging van het leasecontract per 1 juli 2025. De auto is op dit moment nog in gebruik bij een van de directeuren en nog niet ingeleverd. De afkoopsom zal hiermee lager worden. Daar staat tegenover dat werkgeefster nog steeds de leasetermijnen betaalt, maar op de mondelinge behandeling is namens werkgeefster verklaard dat de directeur, die nu in de leaseauto van werknemer rijdt, normaal gesproken in een leaseauto van een hogere klasse rijdt. Deze kosten bespaart werkgeefster zich nu, waardoor haar schade ook beperkt wordt. Omdat nu niet vaststaat wat de afkoopsom/schade is op het moment van inlevering van de auto en beëindiging van het leasecontract, kan de vordering van werkgeefster niet worden toegewezen.
