Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 23 september 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:10027
Feiten
Werkneemster en werkgever hebben een ‘zorgovereenkomst arbeidsovereenkomst’ (hierna: de overeenkomst) gesloten op basis waarvan werkneemster op 14 februari 2022 in dienst is getreden bij werkgever, tevens de PGB-budgethouder, in de functie van zorgverleenster. Vanaf 1 juli 2024 is werkneemster voor onbepaalde tijd in dienst voor vier dagen per week. In de overeenkomst is een bepaling opgenomen over ziekte van de zorgverleenster, waarin is opgenomen dat zij recht heeft op maximaal zes weken loondoorbetaling bij ziekte indien zij maximaal drie dagen per week werkt. Werkt zij vier dagen of meer per week, dan bestaat volgens de overeenkomst recht op loondoorbetaling van maximaal twee jaar. Werkneemster is sinds 5 augustus 2024 ziek. Zij heeft tot 1 december 2024 nog salaris ontvangen, maar daarna niet meer. In onderhavige kortgedingprocedure vordert werkneemster onder meer dat (de bewindvoerder van) werkgever wordt veroordeeld om haar zolang zij ziek is op te laten roepen bij de bedrijfsarts en haar aan te melden bij de SVB als zijnde ziek en aan haar het verschuldigde salaris te voldoen vanaf 1 december 2024 tot de dag waarop er een rechtsgeldig einde komt aan de arbeidsovereenkomst.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De bewindvoerder moet het loon doorbetalen, vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente. Tussen partijen is een overeenkomst gesloten die moet worden gekwalificeerd als arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW, maar wel van bijzondere aard, omdat deze arbeidsovereenkomst tevens een zorgovereenkomst is. De kantonrechter heeft geen aanwijzing dat de tussen werkneemster en werkgever gesloten overeenkomst niet geldig is of opgezegd of dat er geen PGB meer is. Daarom gaat hij er voorshands van uit dat er in de arbeidsovereenkomst nog steeds een grond ligt voor de betaling van loon. De rechtsverhouding tussen partijen is ongewijzigd ten opzichte van de eerdere periode (tot 1 december 2024) waarover wel loon is betaald. Verder oordeelt de kantonrechter dat de bewindvoerder werkneemster, op straffe van een dwangsom van € 50 per dag en met een maximum van € 1.000, moet ziek melden bij de SVB. De SVB zal vervolgens de bedrijfsarts inschakelen. Dat is niet iets wat werkgever c.q. de bewindvoerder hoeft te doen.
