Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Flexmeister Europe B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 3 november 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:11349
Werkgever heeft werkneemster structureel onjuist betaald en laten werken zonder werk- en verblijfsvergunning. Sprake van ernstig verwijtbaar handelen. Werkgever moet achterstallig loon, transitievergoeding en billijke vergoeding betalen.

Feiten

Flexmeister Europe B.V. (hierna: Flexmeister) is bij tussenbeschikking van 6 juni 2025 opgedragen te voldoen aan eerdere opdrachten uit de beschikking van 18 februari 2025, waarin zij onder meer conceptsalarisspecificaties moest verstrekken over de loonbetalingen aan werkneemster over de periode van 5 augustus 2024 tot 20 januari 2025. Flexmeister had met haar akte van 20 maart 2025 niet aan die opdracht voldaan en kreeg daarom bij de beschikking van 6 juni 2025 een allerlaatste kans. Ook na verleend uitstel heeft Flexmeister niet aan deze opdrachten voldaan. Daarnaast kreeg Flexmeister de gelegenheid om te reageren op de akte vermeerdering van eis van werkneemster van 18 april 2025. Werkneemster heeft daarin haar vorderingen uitgebreid tot een bedrag van minimaal € 177.312,32 bruto, te vermeerderen met wettelijke verhoging, wettelijke rente en proceskosten. De gemachtigde van Flexmeister voerde alleen aan dat deze vermeerdering van eis in dit stadium van de procedure in strijd zou zijn met de goede procesorde; inhoudelijk verweer tegen de bedragen werd niet gevoerd. Werkneemster stelt dat Flexmeister haar structureel niet correct heeft behandeld en haar positie onduidelijk heeft gelaten door onder meer het nalaten van deugdelijke arbeidsovereenkomsten, het niet doen van aanzeggingen over verlenging en het niet verstrekken van correcte salarisspecificaties. Ook werkte werkneemster feitelijk 24/7 en ontving zij niet het loon waar zij recht op had. Uiteindelijk werd zij door de Arbeidsinspectie opgehaald, mede omdat zij zonder werk- en verblijfsvergunning werkte. De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is van rechtswege geëindigd op 20 januari 2025.

Werkneemster vordert Flexmeister te veroordelen tot betaling van achterstallig loon, niet-genoten vakantiedagen en vakantiegeld, gebaseerd op de uitgangspunten uit de tussenbeschikking van 18 februari 2025. Daarnaast vordert zij betaling voor niet-genoten vakantiedagen en achterstallig vakantiegeld. Verder vordert werkneemster toekenning van de wettelijke transitievergoeding van € 5.381,80 bruto en een billijke vergoeding van € 45.000, omdat het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst volgens haar het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Flexmeister. Flexmeister verzet zich tegen de vermeerdering van eis wegens strijd met de goede procesorde, maar voert inhoudelijk geen verweer tegen de berekeningen. Daarnaast verzoekt zij onder meer een verklaring voor recht dat zij niets meer verschuldigd is en – voorwaardelijk – ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Oordeel

De kantonrechter staat de akte vermeerdering van eis toe. Hoewel deze laat in de procedure is ingediend, hangen de vorderingen samen met de werkwijze van Flexmeister, die werkneemster niet correct heeft betaald en haar positie onduidelijk heeft gelaten. Bovendien vloeien de berekeningen voort uit de eerdere tussenbeschikking. Flexmeister heeft ruim de gelegenheid gehad om te reageren maar heeft dat niet gedaan. Omdat Flexmeister niet heeft voldaan aan de opdrachten om loonberekeningen en specificaties te verstrekken, verbindt de kantonrechter daaraan de gevolgen die hem geraden voorkomen. De door werkneemster berekende bedragen worden daarom toegewezen, nu Flexmeister de juistheid daarvan niet heeft bestreden. Ook de vorderingen tot betaling van niet-genoten vakantiedagen en achterstallig vakantiegeld worden toegewezen. De kantonrechter oordeelt daarnaast dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Flexmeister. Zij heeft werkneemster laten werken zonder werk- en verblijfsvergunning, de regels omtrent werktijden niet nageleefd en haar niet correct betaald. Dit handelen heeft ertoe geleid dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet is voortgezet. Daarom wordt Flexmeister veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding van € 5.381,80 bruto. Daarnaast kent de kantonrechter een billijke vergoeding toe. Daarbij neemt de kantonrechter onder meer in aanmerking dat werkneemster waarschijnlijk nog lange tijd bij Flexmeister had kunnen blijven werken als goed werkgeverschap was betracht, dat zij voor haar werk afhankelijk was van een werk- en verblijfsvergunning en dat zij haar gezin in Zuid-Afrika had achtergelaten om in Nederland te werken. Ook wordt meegewogen dat zij inmiddels door de overheid wordt opgevangen en een transitievergoeding ontvangt. De billijke vergoeding wordt daarom vastgesteld op € 30.000 bruto. Flexmeister wordt bovendien veroordeeld tot betaling van de wettelijke verhoging van maximaal 50% over het achterstallige loon, vakantiegeld en de niet-genoten vakantiedagen, alsmede tot betaling van wettelijke rente. De arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd op 20 januari 2025. Het voorwaardelijke verzoek van Flexmeister tot ontbinding wordt daarom afgewezen. Ook haar verzoek om te verklaren dat zij niets meer verschuldigd is, wordt afgewezen. Flexmeister wordt als in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.