Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 9 december 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:11230
Feiten
Werknemer is op 28 april 2025 in dienst getreden bij Verdnatura Holland B.V. (hierna: ‘Verdnatura’). In de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van zeven maanden en van rechtswege, zonder dat opzegging vereist is, op 27 oktober 2025 eindigt. Op 7 juni 2025 heeft werknemer zich ziek gemeld. Sindsdien heeft Verdnatura werknemer niet meer opgeroepen en evenmin heeft zij het loon betaald. Werknemer heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat hij tijdens ziekte recht heeft op loon. Bij brief van 28 augustus 2025 heeft hij Verdnatura gesommeerd het loon uit te betalen. Verdnatura heeft aan de sommatie geen gehoor gegeven. Verdnatura heeft bij brief van 22 september 2025 aan werknemer geschreven dat de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd. In deze procedure vordert werknemer in deze kortgedingprocedure veroordeling van Verdnatura tot betaling van het achterstallig loon over de periode 19 juni 2025 tot 27 november 2025.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Vaststaat dat partijen een arbeidsovereenkomst hebben gesloten waarin geen vaste arbeidsomvang is overeengekomen. Dit betekent – kort gezegd – dat werknemer enkel recht heeft op loondoorbetaling tijdens ziekte als hij gewerkt zou hebben wanneer hij niet ziek zou zijn geweest. Daarvan is sprake als een vast patroon is ontstaan in het oproepen van werknemer voor arbeid. De kantonrechter is het met Verdnatura eens dat bij de vraag of dit patroon aanwezig was, werknemer geen beroep toekomt op het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW. Tussen partijen staat vast dat op het moment van de ziekmelding de arbeidsovereenkomst niet ten minste drie maanden heeft geduurd. Dit betekent dat de hoofdregel van artikel 150 Rv van toepassing is en op werknemer de stelplicht en – indien in een bodemprocedure daaraan wordt toegekomen – de bewijslast rust van zijn stelling dat hij door Verdnatura zou zijn opgeroepen als hij niet ziek zou zijn geworden. Werknemer beroept zich in dit kader erop dat de periode 28 april tot 4 juni 2025 representatief is voor zijn gehele dienstverband. Verdnatura heeft dit echter gemotiveerd betwist en gesteld dat zijn werk niet structureel van aard is. Volgens Verdnatura werd het rooster via WhatsApp gedeeld en werd werknemer telkens op die manier opgeroepen. Hieruit volgt dat werknemer op het laatste moment werd opgeroepen en er nog geen arbeid voor hem ingepland stond. Verder heeft Verdnatura onbetwist gesteld dat dit een drukke periode betrof en dat werknemer daardoor meer heeft gewerkt. In het licht van deze omstandigheden is de kantonrechter voorshands van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat een structurele arbeidsomvang is ontstaan. Gelet hierop kan niet worden geconcludeerd dat werknemer zonder meer zou zijn opgeroepen voor arbeid als hij niet ziek zou zijn geworden. Nu tussen partijen niet ter discussie staat dat werknemer buiten een oproepperiode ziek is geworden en dat hij nadien ook niet meer opgeroepen is, is het onvoldoende aannemelijk dat de vordering van werknemer tot uitbetaling van het loon voor de resterende duur van zijn arbeidsovereenkomst in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat daarop in kort geding kan worden vooruitgelopen. De vordering wordt in zoverre dan ook afgewezen.
