Naar boven ↑

Rechtspraak

Votech B.V./werknemer
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 12 februari 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:864
Afwijzing ontbindingsverzoek. Geen sprake van onoverbrugbaar verschil van inzicht tussen managing director en aandeelhouder aan wie hij diende te rapporteren over uitvoering beleid werkgever (h-grond). Vanuit werkgever geen enkele standpuntbepaling over aangedragen g-grond bekend.

Feiten

Werknemer is sinds juni 2024 in dienst van Votech B.V. als managing director. De Amerikaanse onderneming Duravant LLC heeft een (indirect) meerderheidsbelang in Votech. Werknemer diende verantwoording af te leggen aan de heer A, de CEO van Duravant. Votech verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden, primair vanwege een onoverbrugbaar verschil van inzicht over te voeren beleid binnen het MT van Votech, wat ziet op het door werknemer als managing director zijnde uit te voeren beleid en de visie, doelen en bedrijfsstrategie van Votech (h-grond). Subsidiair verzoekt Votech de arbeidsovereenkomst te ontbinden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). Votech heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat werknemer herhaaldelijk is aangesproken op zijn verantwoordelijkheden en in de gelegenheid is gesteld actie te ondernemen, maar zonder resultaat. Er is een verschil van inzicht over het te voeren beleid en de wijze van uitvoering daarvan tussen de leden van het MT en werknemer die de ‘aanvoerder’ zou moeten zijn. Hij pakt die rol niet, althans onvoldoende, aldus Votech. Daarnaast is volgens Votech het vertrouwen in een constructieve voortzetting van de samenwerking dermate geschaad dat herstel niet meer mogelijk wordt geacht.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat er geen redelijke grond is voor ontbinding en licht dat als volgt toe.

Primair: h-grond

De kantonrechter stelt voorop dat niet iedere discussie over de uitvoering van beleid tussen een managing director en een aandeelhouder aan wie deze dient te rapporteren direct een verschil van inzicht in de zin van de h-grond oplevert. Het moet gaan om omstandigheden van zodanige ernst – bijvoorbeeld een onoverbrugbaar verschil van inzicht – dat dit tot gevolg heeft dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Dat er in dit geval sprake is geweest van enig verschil van inzicht over de uitvoering van beleid tussen werknemer en A wordt door werknemer betwist en door Votech niet, althans onvoldoende gemotiveerd, weersproken. Voor zover Votech in dit verband heeft aangevoerd dat het MT herhaaldelijk feedback heeft gegeven aan werknemer en heeft gewezen op het gebrek aan sturing, visie en voortgang, blijkt dit niet uit de gedingstukken. Van Votech, meer in het bijzonder van A, had verlangd mogen worden dat zij in een gesprek met werknemer duidelijk had gemaakt dat een verschil van inzicht dreigde te ontstaan en dat dit bij voortduring daarvan consequenties voor de arbeidsverhouding zou hebben. Er zijn geen aanwijzingen dat een dergelijk gesprek heeft plaatsgevonden. Kortom, van een voldragen h-grond is geen sprake.

Subsidiair: g-grond

Het ontbindingsverzoek is evenmin toewijsbaar op de g-grond. Vanuit (de Amerikaanse bestuurder van) Votech is, formeel gezien, geen enkele standpuntbepaling over de door Votech subsidiair aangedragen g-grond bekend. De enkele e-mail van A van 2 december 2025, waarin hij werknemer oproept om contact op te nemen met het MT ‘to get direction on how you are expected to conduct yourself as it relates to the current situation and all the other elements of the Court decision’, is daarvoor onvoldoende. Hetzelfde geldt voor de officiële waarschuwing wegens werkweigering die werknemer in de avond van 1 december 2025 per e-mail van een MT-lid heeft ontvangen. Gesteld noch gebleken is dat deze officiële waarschuwing afkomstig is van (de Amerikaanse bestuurder van) Votech. Weliswaar volgt uit de gedingstukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling dat inmiddels sprake is van wederzijds wantrouwen tussen werknemer als managing director en zijn MT, maar dit is pas ontstaan na de op non-actiefstelling van werknemer en na kennisneming van het voorgenomen ontslag en moet in dat licht worden bezien. 

Afwijzing van het ontbindingsverzoek volgt.