Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/de Staat der Nederlanden
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 13 februari 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:1507
DJI-werknemer heeft recht op de cao-toelage voor bezwarende werkomstandigheden, omdat hij regelmatig onder dergelijke bezwarende omstandigheden werkt.

Feiten

Werknemer werkt bij de Dienst Justitie en Veiligheid, Dienst Vervoer & Ondersteuning bij de Landelijke Bijzondere Bijstandseenheid (LBB). De LBB is een landelijke dienst die beveiligings- en transportbegeleidingstaken uitvoert. Het betreft onder meer het vervoer van arrestanten, tbs-patiënten, volwassen gedetineerden, jongeren en vreemdelingen. Ook is de LBB betrokken bij vervoer van goederen voor de Rijksoverheid, zoals vervoer van valuta, geclassificeerde documenten, en in beslag genomen drugs. Verder houdt de LBB zich bezig met persoonsbeveiliging van rechters van de rechtbank Den Haag, onder andere op zogenoemde zorgrondes. Daarnaast verleent de LBB bijstand in (justitiële) inrichtingen. Dat gebeurt bij calamiteiten, zoals ordehandhaving en ordeherstel, evacuaties of zoekacties naar wapens, drugs of telefoons. De LBB wordt ingezet bij de beveiliging van zowel het voorterrein als de omtrek van de Extra Beveiligde Inrichting van de Penitentiaire Inrichting Vught. Afhankelijk van de operationele inzet dragen de LBB’ers meerdere beschermingsmiddelen en wapens, zoals een kogel- en steekwerend veiligheidsvest, handwapens, koppelboeien en wapenstok. Ook wordt soms gebruikgemaakt van zwaardere vesten en het lange wapen (een mitrailleur). Hoe gevaarlijker het werk, hoe zwaarder het vest. De werknemer stelt dat hij op grond van de toepasselijke cao recht heeft op een toelage voor bezwarende werkomstandigheden. Dit heeft hij samen met andere leden van de LBB (meermaals) aan hun management laten weten, voor het eerst op 17 juni 2020. Bij e-mailbericht van 20 september 2023 zijn leden van de LBB ervan op de hoogte gesteld dat besloten is, met instemming van de vakbonden in het Georganiseerd Overleg, dat aan de werknemers werkzaam bij de LBB, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2022, een BE-vergoeding van € 35 bruto per dag wordt toegekend voor de dagen waarop zij feitelijk BE-werkzaamheden hebben verricht. Bij brief van 17 januari 2024 heeft de gemachtigde van werknemer namens hem en 94 collega’s gevraagd waarom de BE-vergoeding niet is toegekend met terugwerkende kracht tot 16 december 2019, vanaf welke datum al werkzaamheden worden verricht onder bezwarende omstandigheden. In reactie hierop heeft de gemachtigde van werkgever bij brief van 17 mei 2024 meegedeeld dat de BE-toelage geen toelage bezwarende omstandigheden is als bedoeld in de cao, maar bedoeld is om specifiek opgeleid personeel te behouden. Werknemer eist een verklaring voor recht dat hij als medewerker LBB recht heeft op een vergoeding voor bezwarende werkomstandigheden.

Oordeel

Partijen zijn verdeeld over de vraag of werknemer recht heeft op een toelage vanwege bezwarende werkomstandigheden als bedoeld in de cao. Uit de stellingen van partijen over en weer is duidelijk dat zij het er op zich over eens zijn dat werknemer als medewerker LBB gedurende ten minste een deel van de tijd zijn werk moet doen onder twee van de bezwarende omstandigheden als bedoeld in de cao Rijk. Het gaat om de volgende twee omstandigheden: (1) werknemer moet beschermende kleding dragen of beschermende middelen gebruiken die hem in zijn werk belemmeren; en (2) werknemer heeft vanwege zijn werk of werkomstandigheden een verhoogd risico op invaliditeit. Er is tussen partijen wel discussie over de frequentie waarmee werknemer zijn werk onder deze bezwarende omstandigheden moet doen, maar werkgever heeft niet weersproken dat werknemer gemiddeld vijf tot zes diensten per maand heeft bij de PI Vught. Werkgever heeft evenmin weersproken dat werknemer dan zijn werk moet doen met een bivakmuts op, een 20 kilo zwaar kogelwerend vest aan, bewapend met onder andere een semi-automatisch machinepistool en dat werknemer bij deze diensten zijn auto moet parkeren op een beveiligd terrein van defensie en dat hij in verband met risico’s niet steeds dezelfde routes mag rijden als hij na zijn werk terug naar huis gaat. Ook bij het werk dat werknemer doet als beveiliger van rechters van de rechtbank Den Haag draagt werknemer beschermende kleding en wapens, die hem in zijn werk belemmeren. Kortom, werkgever heeft onvoldoende weersproken dat werknemer zijn werk ten minste ‘nu en dan’, als het al niet ‘regelmatig’ is, onder bezwarende omstandigheden moet uitvoeren. Hetzelfde geldt, gelet op wat partijen daarover hebben verklaard, voor ten minste een deel van de collega’s van werknemer bij de LBB. Overigens houdt de cao ook rekening met de frequentie van het werken onder bezwarende omstandigheden, aangezien in de hoogte van de toelage onderscheid wordt gemaakt tussen ‘nu en dan’, ‘regelmatig’ en ‘voortdurend’ onder bezwarende omstandigheden moeten werken. De vervolgvraag is of de vorderingen van werknemer, die zien op de toelage voor het werken onder bezwarende omstandigheden, kunnen worden toegewezen. Op grond van de zogenoemde cao-norm moet aan de bepalingen van een cao een objectieve uitleg worden gegeven, waarbij de bewoordingen van de bepalingen, gelezen in het licht van de gehele tekst van de cao, in principe van doorslaggevende betekenis zijn. Als de kantonrechter tegen deze achtergrond de cao bepaling leest, dan valt op dat de eerste zin van paragraaf 7.3 heel stellig is geformuleerd. Daar staat dat een werknemer die af en toe of met enige regelmaat moet werken onder bezwarende omstandigheden, recht heeft op de toelage bezwarende omstandigheden. Aan deze cao-verplichting heeft werkgever ten opzichte van werknemer niet voldaan. Gelet op wat hiervoor is overwogen zal de kantonrechter de gevraagde verklaring voor recht, dat werknemer in zijn huidige functie als medewerker LBB binnen de Dienst Justitiële Inrichtingen recht heeft op een vergoeding voor bezwarende werkomstandigheden, toewijzen.