Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Lelystad), 14 januari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:387
Feiten
Werknemer is van 1 april 2004 tot 1 december 2024 in dienst geweest bij Provincie Flevoland. De arbeidsovereenkomst is geëindigd door een vaststellingsovereenkomst. Daarin is onder meer overeengekomen dat werknemer een beëindigingsvergoeding ontvangt, dat zijn vakantie- en spaarverlofsaldo wordt uitbetaald en dat partijen elkaar finale kwijting verlenen. In artikel 4 van de vaststellingsovereenkomst is over de eindafrekening bepaald dat het reeds opgebouwde en nog niet uitgekeerde individueel keuzebudget wordt uitbetaald en dat eventueel opgebouwde maar niet genoten vakantie- en spaarverlofuren per de einddatum worden uitbetaald. Binnen Provincie Flevoland is het beleid dat ADV-uren aan het eind van ieder kalenderjaar vervallen en niet voor vergoeding in aanmerking komen. Dit beleid is vastgelegd in het Personeelshandboek, dat op de arbeidsovereenkomst van werknemer van toepassing is verklaard. Werknemer maakt in deze procedure aanspraak op betaling van 131,67 ADV-uren en een aanvullende vergoeding voor juridische kosten voor het voeren van deze procedure. Werknemer stelt dat hij ervan mocht uitgaan dat zijn ADV-uren bij de eindafrekening zouden worden uitbetaald, omdat in de vaststellingsovereenkomst geen uitzondering is gemaakt voor ADV-uren en deze volgens hem onder vakantie- of spaarverlofuren vallen. Provincie Flevoland betwist dat zij ADV-uren moet uitbetalen en voert aan dat ADV-uren niet vallen onder het individueel keuzebudget, vakantie- of spaarverlofuren en dat deze uren op grond van het geldende beleid niet voor vergoeding in aanmerking komen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De vraag of Provincie Flevoland nog ADV-uren moet betalen, moet worden beantwoord aan de hand van het Haviltex-criterium. Het beleid omtrent ADV-uren in het Personeelshandboek is duidelijk. ADV-uren vervallen aan het eind van het kalenderjaar en komen niet voor vergoeding in aanmerking. Werknemer wist dat, dan wel had dat moeten weten, mede gelet op zijn positie binnen Provincie Flevoland en het feit dat hij werd bijgestaan door een professioneel gemachtigde. Dat tijdens de onderhandelingen is gesproken over uitbetaling van resterend verlof, betekent nog niet dat daaronder ook ADV-uren moesten worden verstaan. Werknemer had expliciet moeten benoemen dat hij ook zijn ADV-uren uitbetaald wilde krijgen. Dat hij dit niet heeft gedaan, komt voor zijn rekening en risico. Rekening houdend met alle omstandigheden, in het bijzonder het beleid van Provincie Flevoland en de positie van werknemer, mocht werknemer er niet van uitgaan dat ADV-uren bij de eindafrekening zouden worden uitbetaald. Gelet op de overeengekomen finale kwijting kan werknemer ook niet alsnog aanspraak maken op uitbetaling van ADV-uren. De vordering tot betaling van ADV-uren wordt afgewezen. Daarmee worden ook de nevenvorderingen, waaronder de aanvullende vergoeding voor juridische kosten, afgewezen. Werknemer wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten).
