Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Almelo), 5 februari 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:559
Feiten
Werkneemster is met ingang van 1 november 1996 in dienst getreden bij werkgever in de functie van contactspecialist voor 12 uur per week. Zij ontving laatstelijk een salaris van € 988,03 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. Werkneemster heeft zich op 20 augustus 2024 ziek gemeld. In een eerder verstekvonnis van 28 oktober 2025 is werkgever al veroordeeld tot betaling van onder meer wettelijke verhoging, wettelijke rente en incassokosten in verband met betalingsproblemen. Werkneemster stelt dat werkgever haar loon stelselmatig niet volledig en niet tijdig betaalt. In dit kort geding vordert zij, na eiswijziging, betaling van het loon over januari 2026 met wettelijke verhoging en wettelijke rente, daarnaast wettelijke verhoging en rente wegens te late betaling van het loon over november 2025, buitengerechtelijke incassokosten, en afgifte van behoorlijke bruto/nettospecificaties over november en december 2025 en van hetgeen werkgever naar aanleiding van dit vonnis betaalt. Werkneemster wijzigt haar eis omdat werkgever op 31 december 2025 het loon over november 2025 (samen met december 2025) alsnog heeft betaald, maar vervolgens het loon over januari 2026 niet tijdig heeft voldaan.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Omdat werkgever niet is verschenen wordt verstek verleend. De dagvaarding voldoet aan de vereiste formaliteiten en werkneemster heeft voldoende spoedeisend belang bij haar loonvordering. De ingestelde vorderingen komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden daarom toegewezen. Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van € 988,03 bruto aan loon over januari 2026. Daarnaast wordt werkgever veroordeeld tot betaling van € 395,21 bruto aan wettelijke verhoging en € 4,87 bruto aan wettelijke rente wegens het te laat betaalde loon over november 2025. Verder moet werkgever binnen 14 dagen behoorlijke bruto/nettospecificaties over november en december 2025 verstrekken en ook een specificatie van alles wat hij uit hoofde van dit vonnis betaalt; bij niet-nakoming geldt een dwangsom van € 250 per dag of gedeelte daarvan met een maximum van € 5.000 voor elk van deze verplichtingen.
