Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Brikle B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 5 november 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:10678
Nakoming vaststellingsovereenkomst. Wettelijke verhoging gematigd.

Feiten

Partijen hebben op 11 maart 2025 een vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO) gesloten ter beëindiging van het dienstverband per 1 juni 2025. Over de nakoming van deze VSO zijn geschillen ontstaan. En beroep op dwaling en het verzoek tot terugbetalen van onverschuldigd loon heeft Brikl ter zitting ingetrokken, omdat werkneemster ter zitting heeft bevestigd dat zij geen werkzaamheden heeft verricht met/vanuit een bepaalde woonboot in de periode dat zij nog in dienst was bij Brikl. Deze zaak heeft internationale aspecten. Tussen partijen is echter niet in geschil dat de kantonrechter te Amsterdam bevoegd is van de zaak kennis te nemen en dat de VSO beheerst wordt door Nederlands recht.

Oordeel

In de VSO is afgesproken dat het loon op de laatste dag van iedere kalendermaand (tot aan de einddatum) wordt betaald. Omdat het loon over april 2025 pas op 22 mei 2025 is voldaan, is Brikl op grond van artikel 7:625 BW vanaf 4 april 2025 een verhoging wegens vertraging verschuldigd geworden. Brikl heeft verzocht deze wettelijke verhoging af te wijzen dan wel te matigen vanwege overmacht. Hoewel betalingsonmacht in beginsel voor rekening en risico van Brikl behoort te blijven maar van betalingsonwil onvoldoende is gebleken, ziet de kantonrechter aanleiding de wettelijke verhoging tot een bedrag van € 500 bruto te matigen met daarover wettelijke rente vanaf 22 mei 2025. In de VSO is afgesproken dat werkneemster een beëindigingsvergoeding van
€ 12.500 bruto zal ontvangen een maand na de einddatum van het dienstverband, tenzij komt vast te staan dat werkneemster concreet uitzicht had op een andere baan of opdracht ten tijde van tekenen van de VSO. Daarvan is onvoldoende gebleken zodat Brikl veroordeeld wordt deze vergoeding alsnog aan werkneemster te betalen (met verrekening van het navolgende) en met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2025. In de VSO is afgesproken dat Brikl de juridische kosten van werkneemster aan haar gemachtigde vergoedt ter hoogte van € 2.000 exclusief btw evenals  de meerkosten die Brikl mag verrekenen met de beëindigingsvergoeding. Voorts bepaalt de VSO dat de gemachtigde van werkneemster diens gespecificeerde factuur rechtsreeks aan Brikl zal sturen. Een betalingstermijn is niet opgenomen in de VSO. De juridische kosten ad € 5.989,50 inclusief btw zijn per gespecificeerde factuur van 28 maart 2025 aan Brikl in rekening gebracht. De hoogte van de factuur is niet betwist, alleen de betaaltermijn voor de meerkosten. Een redelijke uitleg van de VSO brengt mee dat het deel van de kosten dat ziet op het vaste bedrag van € 2000 exclusief btw opeisbaar is geworden vanaf twee weken na de datum van de factuur en de meerkosten bij opeisbaarheid van de beëindigingsvergoeding omdat die kosten daarmee verrekend mogen worden. In de VSO is afgesproken dat werkneemster de laptop met accessoires niet later dan op de laatste werkdag voorafgaand aan de einddatum van het dienstverband aan Brikl zal retourneren. Daaraan heeft zij zich, in ieder geval met betrekking tot de accessoires die pas ter zitting aan Brikl zijn overhandigd, niet gehouden. Een sanctie op overtreding van deze afspraak ontbreekt echter in de VSO en Brikl heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat zij hierdoor schade heeft geleden. Hetzelfde geldt voor het feit dat werkneemster volgens de afspraken een dag te laat haar Linkedln-profiel heeft aangepast. Een schending van de geheimhoudingsverplichting is niet vast komen te staan en overigens is de eventuele daaruit voortvloeiende schade ook niet onderbouwd. Tot slot heeft Brikl schade gevorderd omdat werkneemster de laptop te laat heeft verzonden en tegen uitdrukkelijke instructies in de laptop eigenhandig op fabrieksinstellingen heeft gezet. Hierover bepaalt de VSO niets, laat staan dat er een sanctie op staat. Uit de communicatie tussen partijen volgt wel duidelijk dat dit niet de bedoeling was. Dat het wissen van de laptop tot enig wantrouwen bij Brikl heeft geleid is voorstelbaar maar Brikl heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij hierdoor materiële schade heeft geleden nu werkneemster onvoldoende betwist heeft gesteld dat alle relevante data ook op de server van Brikl staan en er daarom geen waardevolle en/of vertrouwelijk gegevens verloren zijn gegaan. Dat Brikl kosten heeft moeten maken om nader onderzoek te laten doen of schade te beperken heeft zij onvoldoende onderbouwd met stukken. De conclusie is daarom dat er geen verdere (schade)bedragen op de beëindigingsvergoeding in mindering strekken. Brikle wordt in de proceskosten veroordeeld.