Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 4 december 2025
ECLI:NL:RBLIM:2025:12442
Feiten
Werknemer is per 2 september 2020 in dienst getreden bij Sibelco Nederland N.V. (hierna: Sibelco) in de functie van bedieningsman. Werknemer lijdt aan psychische problematiek. Omdat werknemer in een psychose verkeerde, is hij op 20 januari 2025 ziekgemeld. Op 29 januari 2025 vindt een gesprek plaats. In het gespreksverslag staat dat werknemer al een tijdje zijn medicatie aan het afbouwen was. In mei 2025 heeft werknemer zich volledig hersteld gemeld. Naar aanleiding van een voorval op 15 juli 2025 is werknemer op staande voet ontslagen, vanwege het ernstig bedreigen van zijn leidinggevende. Volgens Sibelco heeft werknemer op 15 juli 2025 het volgende gezegd: “Bek dichthouden, nog één enkel woord en ik knal je neer” en “Jullie zijn allemaal verraders, nog één enkel woord en ik knal je neer”. Werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het is aan de werkgever om de dringende reden te bewijzen indien deze wordt betwist. Sibelco heeft een schriftelijke verklaring van de leidinggevende overgelegd waarin deze de in de ontslagbrief vermelde gang van zaken bevestigt. De leidinggevende was aanwezig tijdens de mondelinge behandeling en in reactie op vragen van de kantonrechter is hij bij deze verklaring gebleven. De leidinggevende verklaarde dat hij na het voorval een aantal dagen thuis is gebleven vanwege de impact die dit op hem had. Vast staat dat werknemer in een whatsappbericht aan de health & safety-manager heeft geschreven: “Je moet je bek houden of je kan gaan zien wat er kan gebeuren in veilige rechtsstaat Nederland.” Verder valt op dat werknemer eerst in de pleitnota stelt dat hij zou hebben gezegd: “Fuck off, nee, waar zijn wij nog mee bezig ouwe, het is niet goed.” De kantonrechter overweegt dat hij niet uitsluit dat het voorval op 15 juli 2025 is gegaan zoals Sibelco heeft gesteld. De verklaring van de leidinggevende en zijn mededeling dat het voorval impact op hem heeft gehad, komen de kantonrechter oprecht over. Op zichzelf is het juist dat uitspraken zoals deze volgens Sibelco zijn gedaan in principe een ontslag op staande voet rechtvaardigen. Dit zijn immers doodsbedreigingen. Bij de beoordeling of sprake is van een dringende reden moeten evenwel ook de persoonlijke omstandigheden van de werknemer worden meegewogen. Bijzonder in deze zaak is dat werknemer lijdt aan ernstige psychische problemen en dat geenszins kan worden uitgesloten dat zijn handelen is beïnvloed door deze problemen. De gevolgen van een ontslag zullen daarbij werknemer harder raken, juist vanwege zijn psychische problemen. Sibelco wist dat werknemer zijn medicijnen aan het afbouwen was en dat er psychische problematiek speelde. Het is juist dat verwijtbaarheid in beginsel geen vereiste is voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet, maar dat betekent niet dat een werkgever geen rekening hoeft te houden met de persoonlijke omstandigheden. Deze omstandigheden heeft Sibelco niet, althans niet kenbaar, meegewogen in haar besluit tot het ontslag. De loonvordering van werknemer wordt toegewezen. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 25%, omdat werknemer in de tussentijd ander werk heeft gevonden. De door werknemer verzochte rectificatie door Sibelco wordt afgewezen. Partijen zullen dus weer door ‘een deur’ moeten kunnen. Om de terugkeer te bevorderen ligt het in de rede dat een gesprek tussen partijen zal plaatsvinden om deze terugkeer zo soepel mogelijk te laten verlopen, dat het onderzoek naar mogelijk pestgedrag zal worden hervat en dat de (directe) collega’s zullen moeten worden ingelicht over de terugkeer van werknemer. De kantonrechter vindt het niet in het belang van werknemer om Sibelco de wijze waarop dit dient te gebeuren dwingend voor te schrijven, zoals het geval zou zijn bij toewijzing van het verzoek tot rectificatie. De verzochte rectificatie zal dan ook worden afgewezen. Sibelco wordt in de proceskosten veroordeeld.
