Naar boven ↑

Rechtspraak

SCHOONZORG B.V./ werkneemster
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 7 januari 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:94
Werkneemster heeft onrechtmatig gehandeld en zich verrijkt door medewerkers van werkgeefster werkzaamheden te laten verrichten voor haar eigen eenmanszaak.

Feiten

Facilicom en Cordaan waren gezamenlijk aandeelhouder van Schoonzorg. Sinds 29 december 2021 is Cordaan enig aandeelhouder van Schoonzorg. Werkneemster is vanaf 1 december 1997 in dienst geweest bij Facilicom. Op 1 februari 2008 werd werkneemster manager van Schoonzorg via een inhuurconstructie met haar toenmalige werkgever, Facilicom. Per 1 september 2021 is werkneemster formeel in dienst getreden bij Schoonzorg. Op 20 november 2023 heeft een extern adviesbureau een rapport opgesteld over Schoonzorg, waarin de conclusie onder meer was dat werkneemster moest worden ontlast en dat een nieuwe algemeen directeur moest worden aangesteld. Per 1 mei 2024 is mevrouw X aangetreden als algemeen directeur. Zij werd vanaf dat moment de leidinggevende van werkneemster. Kort na haar aantreden stuitte X op feiten en omstandigheden die vragen opriepen over het beleid en de werkwijze van werkneemster. Zo bleken verschillende medewerkers onnodig dure leaseauto’s te gebruiken en puilden de voorraadkasten op het kantoor uit van de cadeauartikelen en cadeaubonnen waarvan het zakelijk nut onduidelijk was. Verder uitten twee medewerkers van Schoonzorg ernstige zorgen over discriminatie, intimidatie, sabotage en zelfverrijking door werkneemster. Hoffmann Bedrijfsrecherche (hierna: Hoffmann) heeft vervolgens onderzoek gedaan naar werkneemster. Uit het onderzoeksrapport is onder meer naar voren gekomen dat tussen de periode 1 januari 2022 en 1 november 2024 meer aan werkneemster is voldaan dan op grond van de arbeidsovereenkomst verschuldigd was. Hoffmann heeft tevens geconstateerd dat werkneemster in 2022, 2023 en 2024 op vakantie is gegaan zonder daarvoor verlof op te nemen. Ook werd vastgesteld dat werkneemster doorlopend gebruik heeft gemaakt van een bedrijfsauto met een hogere maandelijkse leaseprijs dan de maximale leaseprijs toegestaan in haar arbeidsovereenkomst. Hoffmann heeft in het onderzoek tevens bij de bestudering van de banktransacties veelvuldig onjuist verantwoorde winkelaankopen en onduidelijke cash geldopnames gesignaleerd. Ook heeft Hoffmann in haar rapport geconcludeerd dat werkneemster onder werktijd opdrachten voor haar eenmanszaak heeft uitgevoerd en ook medewerkers van Schoonzorg in verband met die opdrachten werkzaamheden heeft laten verrichten. Werkneemster heeft zich op 16 oktober 2024 ziek gemeld. Partijen hebben de arbeidsovereenkomst in januari 2025 door middel van een vaststellingsovereenkomst beëindigd. Schoonzorg heeft op 5 februari 2025 conservatoir beslag laten leggen op het huis van werkneemster. Schoonzorg vordert € 221.243,01 van werkneemster aan onverschuldigde betalingen en schadevergoeding nader op te maken bij staat.

Oordeel

Schoonzorg vordert (terug)betaling van reeds betaalde bedragen, omdat werkneemster daar op grond van de arbeidsovereenkomst geen recht op zou hebben gehad. De kantonrechter overweegt dat schriftelijk vastgelegde afspraken in beginsel leidend zijn bij het antwoord op de vraag wat partijen zijn overeengekomen. Hij oordeelt echter dat werkneemster in dit geval voldoende heeft aangetoond dat zij met Schoonzorg andere/aanvullende afspraken heeft gemaakt dan wel andere bedragen door Schoonzorg zijn goedgekeurd dan de afspraken die in de arbeidsovereenkomst zijn vastgelegd. Van onverschuldigde betaling is daarom onvoldoende gebleken. Schoonzorg stelt verder dat werkneemster in minimaal drie achtereenvolgende jaren (2022, 2023 en 2024) met vakantie is geweest zonder daarvoor verlofuren op te nemen. Werkneemster voert aan dat zij na overleg haar uren heeft bijgehouden om tijd-voor-tijd op te kunnen nemen als zij met vakantie ging. Schoonzorg heeft deze afspraak niet nader weersproken. De stelling dat werkneemster onrechtmatig heeft gehandeld, wordt daarom verworpen. De kantonrechter overweegt ten aanzien van de winkelaankopen en cashopnames dat op basis van de stellingen van partijen kan worden vastgesteld dat niet alle betalingen aan en winkelaankopen door werkneemster (afdoende) zijn verantwoord. Dat dit door toedoen van werkneemster was en dat de betalingen en winkelaankopen daarmee zonder rechtsgrond of onrechtmatig zouden zijn, is onvoldoende gebleken. Verder is onvoldoende gebleken dat de winkelaankopen en geldopnames in strijd waren met gangbare en goedgekeurde gewoontes en geldende regels binnen Schoonzorg. Bovenal heeft Schoonzorg onvoldoende aangetoond dat werkneemster zichzelf (opzettelijk) ten nadele koste van Schoonzorg heeft bevoordeeld of zich goederen heeft toegeëigend. De vordering tot vergoeding van schade op te maken bij staat voor het laten uitvoeren van werkzaamheden door medewerkers van Schoonzorg voor haar eenmanszaak wordt toegewezen. Werkneemster heeft niet weersproken dat zij medewerkers van Schoonzorg tijdens werktijd in verband met de opdrachten voor haar eenmanszaak werkzaamheden heeft laten verrichten. Gesteld noch gebleken is dat werkneemster hierover overleg had gevoerd en/of instemming had. Nu het werkzaamheden voor haar eigen bedrijf betroffen, terwijl de medewerkers door Schoonzorg werden betaald om werkzaamheden voor Schoonzorg te verrichten, heeft werkneemster onrechtmatig gehandeld en zichzelf daarmee verrijkt.