Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 16 januari 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:8999
Feiten
De vraag is of werkgeefster onder de werkingssfeer van de Bouwregelingen valt, en dan met name onder de isolatie-uitzondering die, voor zover relevant, gold tussen 2007 en 2016. Dat werd uit de ingebrachte stukken niet duidelijk (genoeg). Bij tussenvonnis van 14 maart 2022 heeft de kantonrechter verzocht om een nadere rapportage in te dienen van TBB/APG over de activiteiten van werkgeefster in het kader van de isolatie-uitzondering: asbestverwijdering met het oog op en het doel van het aanbrengen, bekleden, afwerken en/of onderhouden van isolerende materialen. Daarover is in het tussenvonnis overwogen dat dit nog onvoldoende is onderzocht, en dat dit kennelijk onvoldoende volgt uit de facturen van 2015 die door APG/TBB zijn bekeken, terwijl van een verder onderzoek (bijv. doorvragen) door de Fondsen geen melding is gemaakt. APG heeft in november 2022 aan de Fondsen een onderzoeksrapport uitgebracht waaruit blijkt dat het alleen mogelijk was om onderzoek te doen over 2015, omdat over de jaren 2007 tot en met 2014 geen administratie meer beschikbaar was. De conclusie van de Fondsen uit het onderzoek is vervolgens dat niet is gebleken dat er werkzaamheden van werkgeefster uit 2015 onder de isolatie-uitzondering vallen/vielen en dat, nu zij geen stukken meer heeft over de periode 2007-2015 terwijl dat wel op haar weg ligt, ervan uitgegaan moet worden dat de isolatie-uitzondering niet op haar van toepassing is. Bij akte heeft werkgeefster gereageerd op het rapport en de akte van de Fondsen. Zij is van oordeel dat het onderzoek van APG niet volledig en zorgvuldig (genoeg) is geweest en dat reeds daarom dient te worden geconcludeerd dat de Fondsen onvoldoende hebben aangedragen om vast te kunnen stellen dat de activiteiten van werkgeefster in de jaren tot en met 2016 onder de Bouwregelingen vielen. In hun antwoordakte hebben de Fondsen kort gereageerd. Daar waar werkgeefster niet heeft aangetoond dat van connexiteit met opvolgende isolerende werkzaamheden sprake is, is volgens de Fondsen slechts de conclusie te trekken dat de Bouwregelingen op werkgeefster van toepassing zijn.
Oordeel
Na alle stellingen en stukken en na het laatste onderzoek overweegt de kantonrechter als volgt. Hij ziet allereerst niet in op welke wijze het laatste onderzoek van APG anders en met name verdergaand is geweest dan haar eerdere onderzoek naar werkgeefster waarbij (eveneens) louter administratie en facturen zijn bekeken. Anders dan in het tussenvonnis is geopperd is er niet “doorgevraagd”. Er is geen contact gelegd met opdrachtgevers van werkgeefster, die mogelijk opheldering kunnen geven over wat het doel was van de werkzaamheden waarvoor zij werkgeefster hadden ingeschakeld. Evenmin is gekeken naar de aard of het type opdrachtgevers van werkgeefster. Wederom is derhalve niet onderzocht of de werkzaamheden van werkgeefster direct zijn opgevolgd door werkzaamheden met een isolerend doel en karakter, voor dezelfde plek waar eerst asbest zat. Nu feitelijk niet veel ander onderzoek is gedaan dan bij het eerste rapport van APG, namelijk het bekijken van de facturen, terwijl de kantonrechter de Fondsen juist de mogelijkheid heeft geboden voor een verdergaand onderzoek, dient dit voor hun rekening te komen. In samenhang met de lastig leesbare werkingssfeerdefinitie (ECLI:NL:GHAMS:2023:1289), zeker (destijds) gelezen in combinatie met de isolatie-uitzondering, impliceert het vorenstaande dat niet is komen vast te staan dat werkgeefster met haar bedrijfsactiviteiten onder de werkingssfeerbepaling van de Bouwregelingen valt. De verklaring voor recht door werkgeefster gevorderd dat de verplichtstellingsbeschikking en de cao’s in de periode vanaf 1 januari 2007 niet op haar van toepassing zijn, wordt toegewezen, met dien verstande dat dit alleen geldt tót 2016, nu partijen het erover eens zijn dat werkgeefster vanaf 2016 wel onder de (destijds gewijzigde) werkingssfeer valt. De vorderingen in reconventie dat werkgeefster vanaf 1 januari 2007 onder de Bouwregelingen valt en vanaf 1 januari 2007 premie moet betalen wordt afgewezen.
