Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging/werkgever c.s.
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 2 januari 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:343
Bevoegdheidsincident. Zaak ‘betreffende een collectieve arbeidsovereenkomst’ valt onder bevoegdheid kantonrechter. Werkgever krijgt gelegenheid conclusie van antwoord in te dienen.

Feiten

Stichting Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging (hierna: SFPB) vordert bij dagvaarding om werkgever te veroordelen tot naleving van de cao PB en de cao SFPB en tot het nabetalen van de vastgestelde cao-overtredingen. SFPB stelt in haar akte dat de zaak per abuis is aangebracht bij de afdeling kanton in plaats van de afdeling handelszaken van deze rechtbank. De vordering van SFPB is hoger dan € 25.000 en gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid. SFPB is daarom van mening dat de zaak behandeld dient te worden door de afdeling handelszaken. Werkgever sluit zich hierbij aan.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Artikel 93 sub c Rv bepaalt dat door de kantonrechter worden behandeld en beslist (onder meer) zaken betreffende een collectieve arbeidsovereenkomst en algemeen verbindend verklaarde bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst. SFPB heeft in het petitum van haar dagvaarding naleving van de daarin genoemde cao’s gevorderd. Daarnaast acht de kantonrechter het niet uitgesloten dat de bepalingen, waarvan SFPB heeft gesteld dat werkgever deze heeft overtreden, zullen moeten worden uitgelegd. Een en ander brengt met zich dat deze zaak een zaak is ‘betreffende een collectieve arbeidsovereenkomst’ en daarmee onder de bevoegdheid van de kantonrechter valt. De kantonrechter acht zich op grond van artikel 94 lid 2 Rv eveneens bevoegd kennis te nemen van de gevorderde schadevordering, nu deze vordering voortvloeit uit de door SFPB gestelde niet-naleving van de cao en de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. Gelet op het voorgaande acht de kantonrechter zich bevoegd kennis van deze zaak te nemen en hierin te beslissen, zodat van ambtshalve verwijzing naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank wordt afgezien. Werkgever heeft nog geen conclusie van antwoord ingediend. Daartoe wordt werkgever in de gelegenheid gesteld. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.