Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 19 december 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:7205
Feiten
Werknemer is bij Alles Reiniging voor bepaalde tijd van 2 januari 2025 tot en met 1 januari 2026 in dienst. Van 1 oktober 2023 tot en met 30 september 2024 heeft werknemer bij Alles Reiniging dezelfde functie vervuld, ook op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Tijdens de zitting is gebleken dat werknemer tussen dat dienstverband en het huidige dienstverband als zzp’er ook werkzaamheden voor Alles Reiniging heeft verricht. Sinds 1 mei 2025 is werknemer ziek en verricht hij geen werkzaamheden meer. Op 26 mei 2025 hebben partijen een beëindigingsovereenkomst gesloten, die werknemer later heeft ontbonden. In het kortgedingvonnis van 4 september 2025 is bepaald dat hij dat rechtsgeldig heeft gedaan. Werknemer vordert betaling van achterstallig loon en het verstrekken van correcte loonspecificaties.
Oordeel
De kantonrechter is van oordeel dat werknemer onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij te weinig loon van Alles Reiniging heeft ontvangen. Alles Reiniging vindt zelfs dat zij werknemer meer moest betalen voor de relevante periode dan werknemer zelf zegt. Het verschil tussen de totaalbedragen die partijen noemen, bestaat uit het vakantiegeld waar Alles Reiniging wel rekening mee heeft gehouden en werknemer niet. De kantonrechter heeft de door Alles Reiniging genoemde, maar door werknemer in de dagvaarding niet genoemde bedragen tijdens de zitting met werknemer doorgenomen en hij heeft bevestigd dat hij al die bedragen ook van Alles Reiniging heeft ontvangen. Kortom, al het loon dat volgens werknemer moest worden betaald, met daarbij nog een bedrag aan vakantiegeld, is betaald. Dat werknemer nog recht heeft op betaling vanuit het dienstverband in 2023 en 2024, is onvoldoende aannemelijk. Alles Reiniging heeft bij de conclusie van antwoord verder (nogmaals) alle loonstroken overgelegd. In tegenstelling tot wat uit de dagvaarding leek te volgen, heeft werknemer bovendien op de zitting gezegd dat hij de loonstroken voor 2023 en 2024 destijds al heeft ontvangen. Werknemer heeft daarnaast zelf alle loonstroken voor 2025 – uiteraard met uitzondering van december 2025 – bij de dagvaarding overgelegd. Voor zover werknemer vindt dat de loonstroken niet correct zijn, is het aan hem om uit te leggen wat daar mis mee is. Werknemer heeft dat alleen duidelijk gemaakt voor de loonstroken uit (begin) 2025, namelijk dat daarin in de maanden januari tot en met april 2025 onterecht inhoudingen zijn opgenomen. De kantonrechter beperkt zich bij de beoordeling van de vordering daarom tot dat punt. Hoewel beide partijen hebben verklaard dat volgens hen alle verstrekte loonstroken over de periodes vanaf mei 2025 correct zijn, volgt uit de stellingen van Alles Reiniging tegelijkertijd dat de loonstroken over heel 2025, althans meerdere maanden daarvan, niet juist kunnen zijn. Volgens Alles Reiniging heeft zij namelijk € 4.500 aan voorschotten betaald, terwijl daarvan maar € 2.600 terug is te zien op de loonstroken. De bedragen die zij noemt, zijn bovendien niet te rijmen met de bedragen die op de loonstroken zijn opgenomen. Dat moet Alles Reiniging corrigeren, zodat werknemer uit de loonstroken kan opmaken welke voorschotten er zijn uitbetaald en wanneer die zijn verrekend met het loon. De vordering kan daarom worden toegewezen voor zover die ziet op de loonstroken uit 2025, op straffe van een dwangsom, die wordt beperkt en gemaximeerd.
