Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Intergarde B.V. c.s.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 17 december 2025
ECLI:NL:RBLIM:2025:12566
Arbeidsongeschikte werknemer vordert in kort geding wedertewerkstelling. Gelet op uitkomsten rapport arbeidsdeskundig onderzoek is onvoldoende aannemelijk dat vordering in bodemprocedure zodanige kans van slagen heeft dat voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.

Feiten

Werknemer is sinds 18 september 2006 in dienst van Intergarde B.V., thans in de functie van beveiliger. Bij werknemer is in 2011 een oogziekte (glaucoom) geconstateerd. Deze ziekte resulteert in beperkingen in het zichtvermogen. Intergarde is daar direct van op de hoogte gesteld. Op 10 juni 2025 heeft Intergarde werknemer op staande voet ontslagen. Partijen hebben op 10 september 2025 een regeling getroffen, waarop de door werknemer geëntameerde procedure bij de kantonrechter is ingetrokken. Op 6 november 2025 heeft de bedrijfsarts een inzetbaarheidsprofiel opgesteld. Ook heeft hij het wenselijk geacht dat een arbeidsdeskundig onderzoek plaatsvindt. Dit arbeidsdeskundig onderzoek heeft plaatsgevonden in verband met het vaststellen van re-integratiemogelijkheden voor de eigen of een andere functie bij werkgever (spoor 1), dan wel om de mogelijkheden op de arbeidsmarkt te beoordelen (spoor 2). Op 3 december 2025 is het rapport arbeidsdeskundig onderzoek verstrekt. Het rapport bevat het advies dat (1) volledige werkhervatting in de maatgevende functie nu niet haalbaar is, (2) aanpassingen mogelijk zijn, maar slechts beperkt en onvoldoende om volledige inzetbaarheid in de maatgevende functie te realiseren, (3) er momenteel geen passende alternatieven bij de eigen werkgever zijn alsmede het advies om (4) spoor 2 op te starten. Werknemer verricht momenteel geen werkzaamheden voor Intergarde. Werknemer vordert in kort geding onder meer wedertewerkstelling.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat partijen in de regeling van 10 september 2025 zijn overeengekomen dat werknemer op zo kort mogelijke termijn in staat gesteld zou worden om zijn werkzaamheden te hervatten. Ook is overeengekomen dat Intergarde op korte termijn de bedrijfsarts inschakelt. Dat is inmiddels gebeurd. Werknemer behield daarbij het recht op een second opinion. Het is niet gebleken dat hij daarvan gebruik heeft gemaakt. Ook is overeengekomen dat aansluitend een onafhankelijke arbeidsdeskundige zou worden ingeschakeld. Ook dit is gebeurd en zeer recent is het rapport aan partijen verstrekt. De kantonrechter acht van belang dat in dat rapport is geconcludeerd dat volledige werkhervatting in de maatgevende functie op basis van de actuele belastbaarheid niet haalbaar is en dat aanpassingen mogelijk zijn, maar slechts beperkt en onvoldoende zijn om volledige inzetbaarheid in de maatgevende functie te realiseren. Volgens de arbeidsdeskundige zijn er momenteel geen passende alternatieven bij Intergarde en vanwege het ontbreken van passend werk binnen Spoor 1 wordt aangeraden om een re-integratietraject in Spoor 2 op te starten. De kantonrechter acht het onvoldoende aannemelijk dat de vordering om werknemer weer aan het werk te laten in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de verzochte voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Deze vordering wordt dan ook afgewezen.