Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 21 november 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:14958
Feiten
Werkneemster was met ingang van 1 november 2023 werkzaam voor Masters in Administration B.V. Op 26 mei 2025 heeft zij zich ziekgemeld. In onderhavige kortgedingprocedure stelt werkneemster dat het vakantiegeld in de maand mei 2025 niet is uitbetaald en dat zij geen loon over de maanden juni en juli 2025 heeft ontvangen. Werkneemster stelt zich daarnaast op het standpunt dat, naast haar formele werkgever Masters in Administration, ook Masters Group B.V. en Masters in Finance B.V. kunnen worden aangesproken voor de betaling van de achterstallige bedragen. Volgens werkneemster heeft Masters Group de rechtspersoonlijkheid van Masters Administration misbruikt door er bewust voor te kiezen Masters Administration, waarin werkneemster nog de enige werkneemster is, niet langer te financieren. Daarnaast stelt werkneemster dat zij feitelijk vanuit Masters in Finance werd gedetacheerd, zodat Masters in Finance eveneens als haar formele werkgever kan worden aangemerkt. Na de betekening van de dagvaarding is Masters Administration per 26 augustus 2025 in staat van faillissement verklaard. De curator heeft de arbeidsovereenkomst van werkneemster opgezegd op grond van artikel 40 Faillissementswet. Het UWV heeft vervolgens in het kader van de uitvoering van de loongarantieregeling 70% van het loon over de maanden juni en juli 2025 uitbetaald. Daarom heeft werkneemster ter zitting haar vordering verminderd, in die zin dat zij haar vordering ten aanzien van het achterstallige loon over de maanden juni en juli 2025 vermindert tot 30% van dat loon.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Slechts Masters in Administration kan als werkgever van werkneemster worden aangemerkt. Werkneemster is immers per 1 november 2023 een arbeidsovereenkomst aangegaan met Masters in Administration. Masters in Administration heeft die arbeidsovereenkomst per 1 november 2024 verlengd en werkneemster heeft uit hoofde van die overeenkomst werkzaamheden verricht en daarvoor loon ontvangen van Masters in Administration. Anders dan werkneemster heeft gesteld is het enkele feit dat werkneemster kennelijk vanuit Masters in Finance bij diverse opdrachtgevers werd gedetacheerd onvoldoende om Masters in Finance daarmee eveneens als formele werkgever aan te merken. Ten aanzien van haar vorderingen jegens Masters Group heeft werkneemster in de dagvaarding slechts heel summier gesteld dat Masters Group de rechtspersoonlijkheid van Masters in Administration heeft misbruikt door er bewust voor te kiezen Masters Administration, waarin werkneemster nog de enige werkneemster is, niet langer te financieren en failliet te laten gaan, maar daarin volgt de kantonrechter werkneemster niet. Geheel ten overvloede overweegt de kantonrechter dat voor toewijzing van de vorderingen van werkneemster op Masters in Administration geen grond bestaat. Partijen zijn het erover eens dat, in geval van arbeidsongeschiktheid, een werknemer van Masters in Administration recht heeft op doorbetaling van 70% van het overeengekomen loon. Niet in geschil is dat werkneemster sinds 26 mei 2025 arbeidsongeschikt is en voor wat betreft de maanden juni en juli 2025 in beginsel recht heeft op 70% van het overeengekomen loon. Dit is inmiddels door het UWV aan werkneemster uitbetaald. Werkneemster heeft zich ter zitting voor het eerst op het standpunt gesteld dat er sprake is van situatieve arbeidsongeschiktheid, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Verder hebben Masters Group en Masters in Finance onweersproken gesteld dat het UWV ook het achterstallige vakantiegeld aan werkneemster zal betalen. Voor zover het achterstallige vakantiegeld betrekking heeft op de maanden voorafgaand aan de periode van twaalf maanden voor de datum van het faillissement van Masters in Administration en om die reden buiten de loongarantieregeling valt, zal werkneemster dat deel van haar vordering (ter verificatie) moeten indienen bij de curator. Werkneemster maakt daarnaast aanspraak op de wettelijke verhoging in de zin van artikel 7:625 BW over het te laat betaalde loon en vakantiegeld, maar ook daarvoor geldt, voor zover die vordering al toewijsbaar is, dat werkneemster die vordering bij de curator moet indienen. Het bovenstaande leidt ertoe dat voor toewijzing van de vorderingen van werkneemster jegens Masters in Administration geen grond bestaat, nog daargelaten dat het geding tegen Masters in Administration van rechtswege geschorst is door het faillissement van die vennootschap. Voor toewijzing van de vorderingen (of een deel daarvan) jegens Masters Group en Masters in Finance bestaat evenmin grond.
