Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Bastion Hotelgroup B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 24 december 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:15473
Werkgever heeft de vaststellingsovereenkomst ten onrechte gedeeltelijk buitengerechtelijk vernietigd. Op werknemer rustte geen zelfstandige mededelingsplicht rondom de voortgang van zijn plannen om een eigen restaurant te openen.

Feiten

Werknemer is op 7 september 2020 in dienst getreden bij Bastion Hotelgroup B.V. (hierna: ‘Bastion’). Op 16 augustus 2023 heeft werknemer zijn eenmanszaak, een restaurant, ingeschreven in het Handelsregister. Op 10 juni 2024 hebben werknemer en Bastion een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2024 met wederzijds goedvinden werd beëindigd. In de vaststellingsovereenkomst zijn partijen onder meer overeengekomen dat aan werknemer een beëindigingsvergoeding zal worden voldaan van € 4.000 bruto. Op 17 juni 2024 stond een artikel in de IJmuider Courant met als titel: “Steakhouse vestigt zich aan Plein 1945, horecaplein komt zo dichterbij.” In het artikel staat vermeld dat het restaurant een project van werknemer is. Op 19 juni 2024 heeft de HR-manager van Bastion in een gesprek met werknemer aangegeven af te zien van de vaststellingsovereenkomst, omdat werknemer onjuiste informatie aan haar had verstrekt. Tijdens dit gesprek heeft werknemer de tekst: “Ik wil stoppen bij Bastion Hotels per 01-07-2024” op een briefje geschreven en dit briefje ondertekend. Diezelfde middag heeft werknemer in een e-mail aangeven dat hij zich gedwongen voelde om ontslag te nemen. Op 5 augustus 2024 is het restaurant van werknemer geopend. Op 3 oktober 2024 heeft Bastion de vaststellingsovereenkomst gedeeltelijk vernietigd wegens bedrog dan wel dwaling, voor het gedeelte van de vaststellingsovereenkomst waaruit volgt dat Bastion enige betaling aan werknemer moet verrichten. Volgens Bastion had werknemer tijdens de onderhandelingen over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst moeten meedelen dat hij een restaurant aan het opzetten was dan wel had opgezet. Werknemer is vervolgens een kortgedingprocedure gestart, waarin hij nakoming van de vaststellingsovereenkomst heeft gevorderd. Bij kortgedingvonnis van 23 oktober 2024 is de vordering van werknemer toegewezen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Allereerst moet de vraag worden beantwoord of de arbeidsovereenkomst van werknemer rechtsgeldig is geëindigd door een opzegging door werknemer zelf. Gelet op de omstandigheden lijkt het er veeleer op dat de verklaring van werknemer niet het resultaat is geweest van een eigen, vrije en weloverwogen beslissing, maar tot stand is gekomen onder druk van Bastion. In dat licht kan aan het handgeschreven briefje niet de betekenis worden toegekend van een ondubbelzinnige en duidelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst door werknemer. De vraag die vervolgens voorligt, is of Bastion de vaststellingsovereenkomst terecht op 3 oktober 2024 gedeeltelijk heeft vernietigd wegens bedrog dan wel dwaling. De kantonrechter is van oordeel dat op werknemer tijdens de onderhandelingen over het sluiten van de vaststellingsovereenkomst geen zelfstandige mededelingsplicht rustte om Bastion te informeren over de stand van zaken rondom zijn plannen om een eigen restaurant te openen. Voor dat oordeel zijn de volgende omstandigheden van belang. Gelet op het feit dat Bastion wist dat werknemer (toekomst)plannen had om een eigen restaurant te openen, had het op haar weg gelegen hierover gerichte vragen te stellen. Daarnaast is van belang dat partijen van mening verschillen over de vraag wie het initiatief tot beëindiging van het dienstverband heeft genomen. Hoewel op basis van de stukken niet met zekerheid kan worden vastgesteld wie het initiatief heeft genomen, is het door werknemer geschetste beeld dat dit bij Bastion lag niet meteen onaannemelijk. Tot slot is van belang dat niet precies is komen vast te staan in welk stadium de plannen voor het openen van het restaurant zich bevonden ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst. Tegen deze achtergrond kan niet worden geconcludeerd dat op werknemer een zelfstandige mededelingsplicht rustte en dat Bastion de vaststellingsovereenkomst niet zou hebben gesloten indien zij volledig op de hoogte was geweest van de voortgang van de restaurantplannen. Van bedrog of dwaling is dan ook geen sprake. Dit betekent dat Bastion de vaststellingsovereenkomst ten onrechte gedeeltelijk buitengerechtelijk heeft vernietigd. Bastion dient de vaststellingsovereenkomst van 10 juni 2024 dan ook na te komen.